Voeding en alvleesklierkanker

Van patiënten met alvleesklierkanker is bekend dat ze een hoog risico hebben op problemen met de voeding. Dit komt door diverse factoren. De tumor kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat het energieverbruik in rust (de ruststofwisseling) stijgt.

Tevens kan de patiënt last hebben van een verminderde eetlust, snel een vol gevoel hebben en kunnen de smaak en reuk veranderen. De patiënt eet hierdoor minder, terwijl hij eigenlijk meer nodig heeft.

Ook kan de tumor de afvoer van alvleeskliersappen belemmeren. Deze alvleeskliersappen zijn nodig voor een goede vertering van de voeding in de darm. Een patiënt met alvleesklierkanker eet dus niet alleen minder, maar kan zijn voeding ook minder goed verteren. Dit resulteert vaak in gewichtsverlies en het verlies van spiermassa.

Als de voedingstoestand verslechtert, wordt het lichaam zwakker. Spierweefsel verdwijnt en de immuniteit gaat achteruit. Dit kan een grote invloed hebben de kwaliteit van het leven van de patiënt. Het wordt voor het lichaam steeds moeilijker om zich te herstellen, zeker onder invloed van een operatie, chemobehandeling en/of bestraling.

Er is ook er een grotere kans op complicaties. Het is dan ook belangrijk om de voedingstoestand goed in de gaten te houden, bijvoorbeeld door een gespecialiseerde diëtist. Voor patiënten is het van groot belang dat op de juiste manier actie wordt ondernomen. Er zijn verschillende mogelijkheden om te werken aan een betere voedingstoestand.