Prognose

Wat is de prognose bij kanker?

De prognose bij kanker is over het algemeen het best als er geen uitzaaiingen worden aangetroffen en de moedertumor kan worden behandeld. Het kankerproces kan dan nog worden gekeerd. Er wordt dan een curatieve behandeling ingezet: een behandeling die gericht is op het genezen van de patiënt. Een patiënt kan genezen worden verklaard als er na vijf jaar geen nieuwe tumor wordt gevonden. Voor sommige tumoren geldt een langere termijn, vaak dan 10 jaar. Het is in ieder geval wel duidelijk dat des te langer er geen uitzaaiingen worden aangetroffen, des te beter de prognose is.

Lees meer

De prognose is over het algemeen het slechtst als er veel uitzaaiingen worden aangetroffen en er in eerste instantie geen in opzet curatieve behandeling meer kan worden ondernomen. Dan wordt meestal een palliatieve behandeling ingezet: een behandeling die gericht is op het verzachten van de gevolgen van de tumor.

Toch staan artsen zelden geheel machteloos tegenover kanker. In ongeveer de helft van de gevallen is genezing mogelijk. Voor andere patiënten kan de tumorvorming worden geremd of kunnen de gevolgen van de kanker wel worden verlicht. De patiënt kan dan met kanker nog enkele maanden tot wel dertig jaar leven.

Eén ding staat als een paal boven water: wetenschappelijk onderzoek blijft nodig om de strijd tegen kanker te winnen. Om zo mensen met kanker een langer beter leven te geven. Het National Fonds tegen Kanker gebruikt uw donatie vooral om Nederlands onderzoek te steunen. Geen ander fonds besteedt zo gericht aandacht aan voeding, beweging en welzijn voor mensen met kanker in Nederland.

Jaren van onzekerheid

Onzekerheid blijft totdat de patiënt na vijf of tien jaar ‘genezen’ wordt verklaard. Nadat de tumor is verwijderd of gedood is het namelijk afwachten of de moedertumor zich wel of niet had uitgezaaid. Dat weet je helaas lang niet altijd zeker. Voordat zo’n uitzaaiing zichtbaar wordt moeten er enkele jaren verstrijken. Na vijf (of soms tien jaar) tumorvrij te zijn, gaat men ervan uit dat er geen uitzaaiingen waren. In feite was iemand dus al genezen op het moment dat de behandeling was gestopt. Het kan ook dat de kanker ‘terugkomt’. Maar eigenlijk is dat fout gezegd: de uitzaaiingen zijn in de loop der jaren zo gegroeid dat ze aantoonbaar zijn geworden. Maar feitelijk waren die uitzaaiingen al aanwezig toen de moedertumor werd verwijderd. Om het nog ingewikkelder te maken: het is bij ‘terugkeer’ (recidief) van de kanker ook nog mogelijk dat er inmiddels een nieuwe kanker is ontstaan, of dat er al een tweede kanker aanwezig was. Genetisch onderzoek van de kanker kan hierbij behulpzaam zijn, maar dit is nog geen standaard procedure voor iedere kanker en uitzaaiing.