Vetten

Vetten

Er is veel discussie over de relatie tussen vetten en de gezondheid.  Deze discussie loopt nog steeds en kent nog geen eindconclusie. Wij geven u hier een kort overzicht van wat vetten zijn en welk mogelijke relatie ze hebben tijdens de behandeling van kanker. Met name de verhouding tussen de onmisbare vetzuren omega-3 en omega-6 lijkt interessant.

Naast eiwitten en koolhydraten zijn vetten de belangrijkste voedingsstoffen. Vet is een bron van energie, vitamine A, vitamine D, vitamine E en essentiële vetzuren. Essentiële vetzuren zijn onmisbaar omdat het lichaam niet in staat is deze zelf te maken maar die wel nodig zijn om een lichaam normaal te laten functioneren.Dit betekent dat ze via de voeding moeten worden ingenomen.

Essentiële vetzuren

  • Er zijn twee essentiële vetzuren:
    Alfa-linoleenzuur dat slechts in enkele oliën in relatief grote hoeveelheden voorkomt, waarbij de bekendste lijnzaadolie is (circa 57% alfa-linoleen). Minder goede bron is walnootolie (circa 10%), .
  • Linolzuur dat onder andere in zonnebloemolie (circa 65%) en sojaolie (circa 50%) voorkomt.

Deze twee vetzuren kunnen in het menselijk lichaam niet worden aangemaakt omdat wij niet de enzymen in ons lichaam hebben die nodig zijn voor het maken van deze vetzuren. Uit alfa-linoleenzuur en linolzuur kan het lichaam twee groepen langere en sterker onverzadigde vetzuren maken namelijk: respectievelijk de omega 3- en de omega 6-vetzuren.

Omega-3 vetzuren

Voor sommige mineralen is een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) opgesteld door de Gezondheidsraad. Van andere mineralen is dat nog niet bekend. Over de ADH van bijvoorbeeld selenium, magnesium, zink, mangaan en fluor verschillen de experts nog van mening.

In diverse studies is er een verband gelegd tussen omega 3-vetzuren en effecten op de gezondheid. Omega 3-vetzuren werken tegen bloedstolling en kunnen het risico op o.a. hart- en vaatziekten verminderen, aangezien de volgende werkingen zijn aangetoond:

• verlaging van de fibrinogeenspiegels en verbetering van de stromingseigenschappen van het bloed;
• verlaging van het gehalte aan bloedvetten (triglyceriden) en daardoor een vermindering van het risico op aderverkalking;
• vorming van vaatverwijdende weefselhormonen;
• vergroting van de vloeibaarheid van celmembranen;
• verlaging van de bloeddruk;
• vermindering van het risico op plotselinge hartdood (antiaritmische effecten);
• verbetering van de werking van witte bloedcellen (leukocyten) bij ontstekingsreacties.

Naast de effecten op het hart zijn bovenstaande eigenschappen ook van belang voor de algemene gezondheid. Er zijn aanwijzingen dat omega-3 vetzuren een rol spelen bij de preventie van borst- en dikkedarmkanker. Daar staat tegen over dat een hoge concentratie aan omega-6 een verhoogde kans op borstkanker zou geven. Ook zijn er studies bij patiënten waarin duidelijk voordelen optraden in kwaliteit van leven en overleving door tijdens de behandeling van kankerpatiënten extra omega-3 te geven.
In onze westerse voeding ligt de verhouding tussen omega-6 en omega-3 meestal zo om en nabij 15:1, terwijl die eigenlijk tussen deze 5:1 en de 3:1 zou dienen te liggen.

Ontsteking remmend t.o.v. ontstekingsbevorderend

Omega-3 heeft een ontstekingsremmend effect terwijl omega-6 een ontstekingsbevorderend effect heeft. Kanker kan ontstaan door aanhoudende ontstekingsdruk waarbij mutaties aan het DNA sneller kunnen optreden.
Beide effecten van omega-3 en omega-6 zijn binnen onze afweer van belang om bijvoorbeeld ziekteverwekkers op te ruimen. Echter aanhoudende ontstekingsprocessen brengen mogelijk ook schade aan ons lichaam. Een voorbeeld hier van is baarmoederhalskanker waarbij de infectie van het Humaan Papilloma Virus (HPV) niet wordt opgeruimd door het lichaam en langdurig een ontstekingsreactie aanhoud. Dit zonder dat de drager hier last van heeft. Overigens wordt in veruit de meeste gevallen HPV snel uit het lichaam gegooid.
De mogelijkheid om ontstekingen te onderdrukken, dit kan door omega-3 vetzuren, is dan ook essentieel voor een gezonde afweer. Omega 3 kan worden gemaakt als er voldoende alfa-linoleenzuur in de voeding zit of dat er omega-3 vetzuren zelf in de voeding zitten.

De bekendste omega 3-vetzuren zijn alfa-linoleenzuur (ALA), eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA). ALA is een plantaardig omega 3-vetzuur. EPA en DHA staan vooral bekend als visvetzuren.

Bronnen van Omega 3-vetzuren

• ALA komt veel voor in lijnzaad en wat minder in walnoten en sommige groenten.
• EPA en DHA staan bekend als visvetzuren maar kunnen ook uit andere voedingsmiddelen gehaald worden. Vis en schaal- en schelpdieren zijn de belangrijkste bron. De vette vissoorten zoals makreel, zalm, haring, sardines en forel zijn belangrijke bronnen. Witte (magere) vis bevat ook visvetzuren, maar minder dan de vette vissoorten. Vissen kunnen overigens EPA en DHA niet zelf maken, maar halen die weer uit algen. Tegenwoordig kan EPA en DHA ook direct uit algen gehaald worden. Dit wordt gebruikt in supplementen, medicinale preparaten en voor toevoeging aan voedingsmiddelen.
Er zijn ook visoliecapsules op de markt met EPA en DHA. Aan sommige voedingsmiddelen wordt EPA of DHA toegevoegd, zoals aan bepaalde soorten margarines.

Bij kanker lijkt het dus wenselijk te zijn om te kiezen voor een goed mogelijk uitgebalanceerde voeding. De wenselijke verhouding omega-6: omega-3 zou dan moeten liggen op 5:1 of 3:1. In ieder geval vele male lager dan wat we nu in ons dagelijks voedingspatroon tegenkomen. Mogelijk dat artsen u tijdens sommige chemobehandelingen tijdelijk het gebruik van viscapsules afraden. Overleg dus goed met uw behandelaar. In de meeste gevallen zal voeding maar ook supplementen alleen maar voordeel opleveren. Is staken wenselijk dan is dit altijd voor een korte periode. Bovendien betreft het hier het staken van supplementen en niet het eten van bv vette vis.