Anti-kankerstoffen in groenten?
Regelmatig verschijnen berichten over zogenaamde “anti-kankerstoffen” in groenten, fruit en andere voedingsmiddelen. Vaak gaat het om stoffen zoals carotenoïden, flavonoïden, polyfenolen of andere natuurlijke verbindingen die in laboratoriumonderzoek interessante effecten laten zien op kankercellen. Het is belangrijk om te weten dat veel van dit onderzoek is uitgevoerd op losse cellen in een laboratorium of bij proefdieren. Zulke onderzoeken helpen wetenschappers om mogelijke werkingsmechanismen te begrijpen, maar ze zeggen niet automatisch iets over het effect bij mensen met kanker. Het menselijk lichaam is veel complexer dan een petrischaaltje of een proefdiermodel.
Daarnaast worden deze stoffen in onderzoek vaak in veel hogere concentraties gebruikt dan via normale voeding haalbaar is. Dat een stof de groei van kankercellen kan remmen in een laboratorium betekent daarom niet dat het drinken van broccolisap, het eten van extra tomaten of het slikken van een supplement hetzelfde effect heeft op een tumor in het lichaam. Daarom is er op dit moment onvoldoende bewijs dat afzonderlijke voedingsstoffen of supplementen kanker kunnen behandelen of genezen. Ook is niet aangetoond dat zeer hoge innames van specifieke “anti-kankerstoffen” extra gezondheidswinst opleveren.
Sterker nog, hoge doseringen van bepaalde vitamines, antioxidanten en andere supplementen kunnen risico’s met zich meebrengen. Ze kunnen bijwerkingen veroorzaken, de werking van kankerbehandelingen beïnvloeden of in sommige situaties zelfs schadelijk zijn. Meer is dus niet automatisch beter. Dat betekent niet dat groenten en fruit onbelangrijk zijn. Integendeel. Vrijwel alle voedingsrichtlijnen adviseren een gevarieerd voedingspatroon met voldoende groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten, noten en andere gezonde voedingsmiddelen. Juist in deze natuurlijke vorm krijgen we een grote verscheidenheid aan voedingsstoffen binnen die samen bijdragen aan onze gezondheid.
Zoek gezondheid dus niet in één enkele stof, een sapkuur of een pil, maar in een gezond en gevarieerd voedingspatroon. Eet liever de appel dan het extract, liever de wortel dan het supplement, en liever een gevarieerde maaltijd dan een sterk geconcentreerde capsule.
Voeding kan een belangrijke rol spelen tijdens en na een kankerbehandeling. Bijvoorbeeld om conditie, spiermassa en herstel te ondersteunen of om problemen met eten en drinken te voorkomen. Wanneer er sprake is van ondervoeding, gewichtsverlies of voedingsproblemen kan een oncologisch diëtist hierbij begeleiden. Een gezonde leefstijl kan dus zeker bijdragen aan uw algehele gezondheid en kwaliteit van leven. Maar er is geen bewijs dat afzonderlijke voedingsstoffen, superfoods of supplementen kanker kunnen genezen of een reguliere behandeling kunnen vervangen.
Lees hier hoe je in 4 weken fit kunt worden.
Bioflavonoïden (flavonoïden) bij kanker
Bioflavonoïden, meestal kortweg flavonoïden genoemd, zijn natuurlijke stoffen die voorkomen in veel groenten, fruit, kruiden, peulvruchten, thee en volkorengranen. Zij geven planten vaak kleur en helpen planten zichzelf te beschermen tegen invloeden uit de omgeving. Flavonoïden maken onderdeel uit van een gezond en gevarieerd voedingspatroon. Onderzoekers bestuderen deze stoffen al jarenlang vanwege hun mogelijke invloed op gezondheid en ziekte. In laboratoriumonderzoek worden eigenschappen beschreven zoals antioxidatieve effecten en mogelijke invloed op ontstekingsprocessen en celgroei. Dat betekent echter niet automatisch dat dezelfde effecten ook optreden bij mensen met kanker.
Op dit moment is er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat flavonoïden, voedingsmiddelen die rijk zijn aan flavonoïden of supplementen met flavonoïden kanker kunnen behandelen of genezen. Ook is niet aangetoond dat hoge doseringen flavonoïden de werking van reguliere kankerbehandelingen verbeteren. Dat betekent niet dat voeding onbelangrijk is. Integendeel. Een goede voedingstoestand speelt een belangrijke rol tijdens en na een kankerbehandeling. Mensen die voldoende energie, eiwitten, vitamines en mineralen binnenkrijgen, hebben vaak een betere uitgangspositie om behandelingen te doorstaan en te herstellen. Ook beweging en aandacht voor mentaal welzijn dragen bij aan het behoud van conditie en kwaliteit van leven.
Daarom adviseren wij niet om te focussen op één specifieke stof of voedingsmiddel, maar op een volwaardig en gevarieerd voedingspatroon dat past bij de persoonlijke situatie. Wanneer sprake is van ondervoeding, ongewenst gewichtsverlies, verminderde eetlust of slik- en kauwproblemen, kan een oncologiediëtist helpen met een persoonlijk voedingsadvies. Wie voedingssupplementen met hoge doseringen flavonoïden of andere stoffen wil gebruiken, doet er verstandig aan dit altijd te bespreken met het behandelteam. Ook natuurlijke supplementen kunnen invloed hebben op medicijnen of kankerbehandelingen.
Wij vinden het belangrijk dat mensen zelf keuzes kunnen maken over voeding en leefstijl. Daarbij helpt betrouwbare informatie. Flavonoïden zijn een normaal onderdeel van gezonde voeding, maar zijn geen bewezen behandeling van kanker. Een gezonde leefstijl, met aandacht voor voeding, beweging en mentale ondersteuning, kan wel bijdragen aan het zo goed mogelijk doorlopen van een behandeling en aan de kwaliteit van leven.
Bètacaroteen en kanker
Bètacaroteen is een natuurlijke stof uit de groep van de carotenoïden. Het lichaam kan bètacaroteen omzetten in vitamine A, een vitamine die onder andere belangrijk is voor het gezichtsvermogen, de huid en het immuunsysteem. Bètacaroteen komt van nature voor in groenten en fruit, zoals wortelen, pompoen, zoete aardappel, boerenkool en spinazie. Bètacaroteen maakt onderdeel uit van een gezond en gevarieerd voedingspatroon. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan carotenoïden leveren naast bètacaroteen ook andere vitamines, mineralen en voedingsstoffen die bijdragen aan een goede voedingstoestand.
Onderzoekers hebben veel belangstelling gehad voor bètacaroteen vanwege de antioxidatieve eigenschappen. Hoewel laboratoriumonderzoek interessante resultaten heeft laten zien, is niet aangetoond dat bètacaroteen kanker kan behandelen of genezen. Ook is er geen bewijs dat extra bètacaroteen in de vorm van supplementen de uitkomsten van kankerbehandelingen verbetert. Sterker nog, onderzoek heeft laten zien dat hoge doseringen bètacaroteensupplementen voor sommige groepen ongewenste effecten kunnen hebben. Daarom wordt het gebruik van hoge doseringen supplementen zonder medisch advies niet aanbevolen.
Dat betekent niet dat voeding onbelangrijk is. Een goede voedingstoestand speelt een belangrijke rol tijdens en na kanker. Voldoende energie, eiwitten, vitamines en mineralen helpen het lichaam om zo fit mogelijk te blijven tijdens behandelingen en herstel. Ook voldoende beweging en aandacht voor mentale gezondheid dragen bij aan het behoud van conditie en kwaliteit van leven.
Wij adviseren daarom om voedingsstoffen zoals bètacaroteen vooral uit een volwaardige en gevarieerde voeding te halen. Overweeg je het gebruik van supplementen? Bespreek dit dan altijd met je behandelend arts, verpleegkundig specialist of oncologiediëtist. Niet alle supplementen zijn geschikt voor iedere patiënt of in elke fase van de behandeling.
Bètacaroteen is een waardevolle voedingsstof als onderdeel van gezonde voeding, maar het is geen bewezen behandeling van kanker. Een gezonde leefstijl, met aandacht voor voeding, beweging en mentale ondersteuning, kan wel bijdragen aan het zo goed mogelijk doorlopen van een behandeling en het behouden van kwaliteit van leven.
Capsaïcine en kanker
Capsaïcine is de stof die pepers hun scherpe smaak geeft. De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van capsaïcine op kanker. In laboratoriumonderzoek blijkt capsaïcine soms de groei van kankercellen te remmen of zelfs kankercellen af te laten sterven. Ook zijn er onderzoeken bij proefdieren waarin effecten op tumorgroei zijn gezien. Deze resultaten klinken veelbelovend, maar het is belangrijk om ze in de juiste context te plaatsen. Het grootste deel van dit onderzoek is uitgevoerd op losse kankercellen in een laboratorium of bij dieren. Het menselijk lichaam is veel complexer. Een effect dat wordt gezien in een petrischaaltje betekent niet automatisch dat dezelfde werking ook optreedt bij mensen met kanker.
Bovendien worden in laboratoriumonderzoek vaak concentraties gebruikt die veel hoger zijn dan iemand via normale voeding kan binnenkrijgen. Het eten van pepers of pittig voedsel leidt daarom niet automatisch tot een concentratie capsaïcine die een vergelijkbaar effect op een tumor zou kunnen hebben. Op dit moment bestaat er geen overtuigend bewijs dat capsaïcine kanker kan behandelen of genezen. Ook is niet aangetoond dat mensen met kanker langer leven of beter herstellen door extra capsaïcine te gebruiken. Klinisch onderzoek bij mensen is beperkt en heeft tot nu toe geen duidelijke plaats voor capsaïcine binnen de behandeling van kanker opgeleverd.
Dat betekent niet dat pepers of andere groenten met capsaïcine ongezond zijn. Pepers kunnen prima onderdeel zijn van een gezond en gevarieerd voedingspatroon. Net als andere groenten bevatten zij verschillende voedingsstoffen die bijdragen aan de algehele gezondheid. Het gezondheidsvoordeel zit daarbij vooral in het totale voedingspatroon en niet in één afzonderlijke stof. Voor supplementen of sterk geconcentreerde extracten geldt extra voorzichtigheid. Van hoge doseringen is vaak onvoldoende bekend of deze veilig zijn bij mensen met kanker of in combinatie met kankerbehandelingen. Meer is niet automatisch beter en een hogere dosis betekent niet automatisch een groter gezondheidsvoordeel.
Eet dus gevarieerd en geniet gerust van pittige voeding als u daarvan houdt, maar verwacht niet dat capsaïcine een kankerbehandeling kan vervangen of versterken. Kies liever voor een gezond voedingspatroon met veel verschillende groenten dan voor supplementen die claimen een specifiek anti-kankereffect te hebben. Bespreek het gebruik van supplementen altijd met uw behandelaar of oncologisch diëtist.
Chlorofyl en kanker
Chlorofyl is de groene kleurstof die voorkomt in planten. Het speelt een belangrijke rol bij de fotosynthese, het proces waarmee planten zonlicht omzetten in energie. Chlorofyl komt voor in veel groene groenten, zoals spinazie, boerenkool, broccoli, sla en andere bladgroenten. Omdat chlorofyl en verwante stoffen in laboratoriumonderzoek bepaalde biologische effecten laten zien, bestaat er belangstelling voor de mogelijke rol van chlorofyl bij gezondheid en ziekte. Deze onderzoeken hebben geleid tot de hypothese dat chlorofyl mogelijk invloed kan hebben op processen die betrokken zijn bij het ontstaan van ziekten, waaronder kanker. De meeste van deze onderzoeken zijn echter uitgevoerd in het laboratorium of bij dieren.
Op dit moment is er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat chlorofyl of chlorofylsupplementen kanker kunnen behandelen, genezen of het resultaat van kankerbehandelingen verbeteren. Daarom wordt chlorofyl niet beschouwd als een behandeling voor kanker. Dat betekent niet dat groene groenten onbelangrijk zijn. Integendeel. Groenten leveren naast chlorofyl ook vezels, vitamines, mineralen en vele andere voedingsstoffen die bijdragen aan een gezond voedingspatroon. Een goede voedingstoestand kan helpen om de lichamelijke conditie zo goed mogelijk te behouden tijdens en na een kankerbehandeling.
Bij kanker draait goede ondersteuning niet om één enkele stof, maar om het geheel. Voldoende en volwaardige voeding, passende lichaamsbeweging, voldoende rust en aandacht voor mentale gezondheid kunnen bijdragen aan het behoud van kracht, energie en kwaliteit van leven. Wanneer eten moeilijk wordt door bijvoorbeeld verminderde eetlust, misselijkheid, gewichtsverlies of slikproblemen, kan een oncologiediëtist helpen met persoonlijk advies.
Wie chlorofylsupplementen of andere voedingssupplementen wil gebruiken, doet er verstandig aan dit altijd te bespreken met het behandelteam. Ook natuurlijke producten kunnen bijwerkingen hebben of invloed hebben op medicijnen en kankerbehandelingen.
Wij vinden het belangrijk dat mensen zelf keuzes kunnen maken over voeding en leefstijl. Daarbij helpt betrouwbare informatie. Chlorofyl is een normaal onderdeel van gezonde voeding, maar er is geen bewijs dat het kanker kan behandelen. Wel kunnen gezonde voeding, voldoende beweging en goede mentale ondersteuning bijdragen aan het zo goed mogelijk doorlopen van een behandeling en aan de kwaliteit van leven.
Kernboodschap
Chlorofyl is een natuurlijke stof die voorkomt in groene groenten en onderdeel is van een gezond voedingspatroon. Er is echter geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat chlorofyl kanker kan behandelen of genezen. De grootste gezondheidswinst zit in een volwaardige leefstijl met aandacht voor voeding, beweging en mentaal welzijn, afgestemd op de persoonlijke situatie van de patiënt.
Genisteïne en kanker
Genisteïne is een natuurlijke stof uit de groep van de isoflavonen. Isoflavonen komen vooral voor in soja en sojaproducten, zoals tofu, tempeh, sojadrank en edamame. Genisteïne behoort tot de zogenoemde fyto-oestrogenen: plantaardige stoffen die in beperkte mate op oestrogeen kunnen lijken. De mogelijke relatie tussen genisteïne en kanker wordt al jarenlang onderzocht. In laboratoriumonderzoek zijn effecten gezien op celgroei, ontstekingsprocessen en andere biologische mechanismen die betrokken kunnen zijn bij kanker. Dergelijke resultaten zijn echter vooral gevonden in reageerbuizen en diermodellen. Dit betekent niet automatisch dat dezelfde effecten ook optreden bij mensen met kanker.
Op dit moment is er geen overtuigend bewijs dat genisteïne of sojasupplementen kanker kunnen behandelen, genezen of de effectiviteit van kankerbehandelingen verbeteren. Daarom wordt genisteïne niet beschouwd als een behandeling voor kanker.
Glucosinolaten en kanker
Glucosinolaten zijn natuurlijke stoffen die voorkomen in kruisbloemige groenten, zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, boerenkool en paksoi. Wanneer deze groenten worden gesneden, gekauwd of verteerd, ontstaan daaruit andere stoffen, waaronder sulforafaan en indool-3-carbinol. Deze stoffen hebben de aandacht van onderzoekers getrokken vanwege mogelijke effecten op het ontstaan en de groei van kanker. In laboratoria zijn interessante resultaten gevonden. Sommige afbraakproducten van glucosinolaten kunnen onder bepaalde omstandigheden processen beïnvloeden die betrokken zijn bij de ontwikkeling van kanker. Hierdoor wordt soms gesproken over “anti-kankerstoffen” in broccoli en andere koolsoorten.
Het is echter belangrijk om onderscheid te maken tussen onderzoek in het laboratorium en de dagelijkse praktijk. Veel van de waargenomen effecten zijn gevonden in geïsoleerde cellen of bij proefdieren. Dat betekent niet automatisch dat dezelfde effecten ook optreden bij mensen met kanker. Tot op heden ontbreekt overtuigend bewijs dat glucosinolaten of hun afbraakproducten kanker kunnen behandelen of genezen.
Ook is niet duidelijk hoeveel van deze stoffen nodig zouden zijn om een mogelijk effect te bereiken. De hoeveelheden die in onderzoek worden gebruikt, zijn vaak veel hoger dan wat via normale voeding wordt ingenomen. Daarom is het niet aannemelijk dat het drinken van grote hoeveelheden broccolisap of het slikken van geconcentreerde extracten hetzelfde resultaat oplevert als in laboratoriumonderzoek wordt gezien.
Dat betekent niet dat groenten zoals broccoli, spruitjes en bloemkool niet waardevol zijn. Integendeel. Deze groenten passen uitstekend binnen een gezond voedingspatroon en leveren naast glucosinolaten ook vezels, vitamines, mineralen en vele andere stoffen die bijdragen aan de algehele gezondheid.
Juist het totaal van een gevarieerd voedingspatroon lijkt belangrijk te zijn. Gezondheidswinst komt waarschijnlijk niet door één enkele stof, maar door de combinatie van vele voedingsstoffen die we dagelijks binnenkrijgen via verschillende groenten, fruit, peulvruchten en volkorenproducten.
Wij adviseren daarom om glucosinolaten vooral binnen te krijgen via gewone voeding. Eet liever regelmatig broccoli, bloemkool, boerenkool of andere koolsoorten dan te vertrouwen op supplementen of geconcentreerde extracten. Van dergelijke producten is vaak onvoldoende bekend of ze veilig zijn, of ze daadwerkelijk iets toevoegen en hoe zij kunnen samenwerken met kankerbehandelingen.
Ons advies: geniet van koolsoorten als onderdeel van een gevarieerd en gezond voedingspatroon, maar verwacht niet dat één specifieke voedingsstof kanker kan behandelen. De grootste gezondheidswinst zit niet in een capsule of extract, maar op het bord.
Lentinan en kanker
Lentinan is een stof die wordt gewonnen uit de shiitakepaddenstoel (Lentinula edodes). Het behoort tot de groep van de bèta-glucanen, natuurlijke polysachariden die onderzocht worden vanwege hun mogelijke invloed op het immuunsysteem. In verschillende Aziatische landen, waaronder Japan, is lentinan al jarenlang onderwerp van onderzoek binnen de kankerzorg.
Laboratorium- en dieronderzoek laat zien dat lentinan effecten kan hebben op onderdelen van het afweersysteem en op processen die betrokken zijn bij tumorgroei. Deze resultaten zijn wetenschappelijk interessant, maar kunnen niet automatisch worden vertaald naar effecten bij mensen met kanker.
Bij onderzoek bij mensen is het beeld minder duidelijk. Sommige studies suggereren dat lentinan als aanvulling op reguliere behandelingen mogelijk kan bijdragen aan kwaliteit van leven, het verdragen van behandelingen of bepaalde uitkomsten bij specifieke vormen van kanker. De kwaliteit van het beschikbare onderzoek is echter wisselend en de resultaten zijn niet sterk genoeg om te concluderen dat lentinan zelf kanker kan behandelen of genezen.
Op dit moment is er daarom geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat lentinan een zelfstandige behandeling van kanker is. Waar effecten worden gezien, betreft dit vooral onderzoek naar lentinan als aanvulling op reguliere behandelingen en niet als vervanging daarvan.
Het is belangrijk te beseffen dat geen enkele kankerbehandeling volledig vrij is van bijwerkingen of risico’s. Het succes van een behandeling hangt niet alleen af van de gekozen therapie, maar ook van factoren zoals het type kanker, het stadium van de ziekte en de lichamelijke en mentale conditie van de patiënt.
Daarom verdienen naast de medische behandeling ook andere aspecten aandacht, zoals:
een goede voedingstoestand;
voldoende inname van energie en eiwitten;
regelmatige beweging, passend bij de mogelijkheden van de patiënt;
behoud van spiermassa en conditie;
aandacht voor mentale gezondheid en veerkracht;
ondersteuning bij vermoeidheid, stress en emotionele belasting.
Deze factoren kunnen kanker niet genezen, maar kunnen wel bijdragen aan het zo goed mogelijk doorlopen van behandelingen, het herstel en de kwaliteit van leven. Wie lentinan, shiitake-extracten of andere supplementen wil gebruiken, doet er verstandig aan dit altijd te bespreken met het behandelteam. Ook natuurlijke producten kunnen invloed hebben op medicijnen of andere kankerbehandelingen. Open communicatie met arts, verpleegkundig specialist en oncologiediëtist helpt om behandelingen veilig en goed op elkaar af te stemmen.
Lentinan is een stof uit de shiitakepaddenstoel die wordt onderzocht vanwege mogelijke effecten op het immuunsysteem. Er is momenteel geen overtuigend bewijs dat lentinan kanker kan behandelen of genezen. Sommige onderzoeken wijzen op een mogelijke ondersteunende rol naast reguliere behandelingen, maar hierover bestaat nog onzekerheid. Een goede voedingstoestand, voldoende beweging, mentale ondersteuning en een open afstemming met het behandelteam blijven belangrijke onderdelen van goede kankerzorg.
Luteïne en kanker
Luteïne is een natuurlijke kleurstof die behoort tot de carotenoïden. De stof komt voor in verschillende groenten en fruitsoorten, maar vooral in groene bladgroenten zoals spinazie, boerenkool en sla. Luteïne is vooral bekend vanwege zijn rol bij de gezondheid van de ogen, maar onderzoekers hebben ook gekeken naar mogelijke verbanden met kanker. Uit onderzoek blijkt dat luteïne in laboratoriumomstandigheden invloed kan hebben op processen die betrokken zijn bij celgroei en celdeling. Daarom wordt de stof regelmatig onderzocht als mogelijke beschermende factor tegen verschillende ziekten, waaronder kanker. Het grootste deel van dit onderzoek is echter uitgevoerd op cellen in het laboratorium of bij proefdieren.
Hoewel sommige studies aanwijzingen geven dat mensen die veel groenten en fruit eten mogelijk een lager risico hebben op bepaalde vormen van kanker, is het niet duidelijk of dit specifiek door luteïne komt. Groenten bevatten namelijk honderden verschillende voedingsstoffen die samen bijdragen aan gezondheid. Het is daardoor vrijwel onmogelijk om de eventuele effecten van één afzonderlijke stof los te zien van het totale voedingspatroon.
Voor mensen die al kanker hebben, is er op dit moment geen overtuigend bewijs dat extra luteïne de ziekte kan behandelen, remmen of genezen. Ook is niet aangetoond dat luteïnesupplementen de resultaten van een kankerbehandeling verbeteren.Daarom is voorzichtigheid geboden met claims die suggereren dat hoge doseringen luteïne een anti-kankereffect zouden hebben. Een stof die onderdeel uitmaakt van gezonde voeding is niet automatisch effectiever wanneer deze in geconcentreerde vorm wordt ingenomen. Voor supplementen geldt bovendien dat hoge doseringen niet altijd goed zijn onderzocht op veiligheid en mogelijke interacties met behandelingen.
Dat betekent niet dat luteïne onbelangrijk is. Integendeel. Voedingsmiddelen die rijk zijn aan luteïne passen uitstekend binnen een gezond voedingspatroon. Groene bladgroenten leveren naast luteïne ook vezels, vitamines, mineralen en vele andere bioactieve stoffen die bijdragen aan de algehele gezondheid. Ons advies is daarom om luteïne vooral via gewone voeding binnen te krijgen. Kies regelmatig voor groenten zoals spinazie, boerenkool, andijvie en andere groene bladgroenten. De gezondheidsvoordelen van deze producten lijken vooral voort te komen uit het totale voedingspatroon en niet uit één afzonderlijke voedingsstof.
Eet de spinazie, niet het supplement. Een gevarieerd voedingspatroon met veel groenten is goed voor de gezondheid, maar er is geen bewijs dat extra luteïne kanker kan behandelen of genezen.
Lycopenen en kanker
Lycopenen zijn natuurlijke carotenoïden die voorkomen in onder andere tomaten, tomatenproducten, watermeloen, roze grapefruit en guave. Zij geven deze voedingsmiddelen hun rode kleur. Lycopenen worden onderzocht vanwege hun antioxidatieve eigenschappen en hun mogelijke rol bij gezondheid en ziekte.
Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat voedingspatronen die rijk zijn aan groenten en fruit samenhangen met een lagere kans op verschillende chronische ziekten. Voor lycopeen als afzonderlijke stof is echter niet aangetoond dat het kanker kan behandelen of genezen. Ook is er geen overtuigend bewijs dat lycopeensupplementen de uitkomsten van kankerbehandelingen verbeteren.
Dat betekent niet dat voeding onbelangrijk is. Integendeel. Groenten en fruit leveren veel verschillende voedingsstoffen die bijdragen aan een goede voedingstoestand. Een goede voedingstoestand kan mensen helpen om behandelingen beter te doorstaan, het risico op ondervoeding te verminderen en de kwaliteit van leven te ondersteunen.
Wie kiest voor supplementen met hoge doseringen lycopeen of andere antioxidanten, doet er verstandig aan dit eerst met het behandelteam te bespreken. Niet alle supplementen zijn geschikt tijdens iedere vorm van kankerbehandeling.
Kernboodschap
Lycopenen zijn gezonde bestanddelen van een gevarieerd voedingspatroon, maar vormen geen bewezen behandeling van kanker. De grootste gezondheidswinst ligt in een volwaardige voeding, voldoende beweging, goede mentale ondersteuning en passende medische zorg.
Sulforafaan en kanker
Sulforafaan is een natuurlijke stof die ontstaat wanneer kruisbloemige groenten, zoals broccoli, bloemkool, spruitjes, boerenkool en broccoli-kiemen, worden gegeten. Sulforafaan wordt veel onderzocht vanwege mogelijke effecten op processen die betrokken zijn bij celgroei, ontstekingen en afweermechanismen.
Laboratoriumonderzoek en dierstudies hebben interessante resultaten laten zien. Daarbij zijn effecten gevonden op biologische processen die een rol kunnen spelen bij het ontstaan en de groei van kanker. Zulke onderzoeken vormen een belangrijke eerste stap, maar bewijzen niet dat dezelfde effecten ook optreden bij mensen met kanker.
Tot op heden is er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat sulforafaan kanker kan behandelen, genezen of de werking van reguliere kankerbehandelingen verbetert. Daarom wordt sulforafaan niet beschouwd als een behandeling voor kanker. Wel passen broccoli en andere kruisbloemige groenten uitstekend binnen een gezond voedingspatroon. Zij bevatten naast sulforafaan ook vezels, vitamines, mineralen en andere bioactieve stoffen die bijdragen aan de algehele gezondheid. Het succes van een kankerbehandeling wordt bovendien niet bepaald door één voedingsstof. Factoren zoals de lichamelijke conditie, spiermassa, voedingstoestand, dagelijkse beweging en mentale veerkracht spelen een belangrijke rol tijdens behandeling en herstel.
Daarom adviseren wij om de aandacht niet te richten op één specifieke stof, maar op het totaalplaatje:
een volwaardige en gevarieerde voeding;
voldoende energie- en eiwitinname;
regelmatige beweging, passend bij de mogelijkheden;
aandacht voor mentaal welzijn;
goede afstemming met arts, verpleegkundig specialist en oncologiediëtist.
Kernboodschap
Sulforafaan is een interessante stof die voorkomt in broccoli en andere koolsoorten en waarnaar veel onderzoek wordt gedaan. Er is echter geen overtuigend bewijs dat sulforafaan kanker kan behandelen of genezen. Een gezonde leefstijl, met aandacht voor voeding, beweging en mentale ondersteuning, kan wel bijdragen aan het zo goed mogelijk doorlopen van een behandeling en het behoud van kwaliteit van leven.
Recepten
