Hoe belangrijk voeding is bij kanker heeft mijn partner ervaren.
“Na 2 maanden en diverse onderzoeken in het CWZ in Nijmegen, kreeg Wilma de diagnose: alvleesklierkanker.
In de tussentijd was zij al 11 kilo lichter geworden. Na overleg met de oncoloog is zij toen begonnen met een lichte chemotherapie met capecitabine met daarnaast enzympreparaten. Van begin af aan was er een medisch diëtiste bij betrokken om haar op gewicht te houden. Met haar had zij wekelijks contact, maar ondanks het telkens aanpassen van voeding en de tijdstippen van maaltijden, was het toch niet te vermijden dat het gewicht minder werd.
Drie maanden later moest zij met de chemotherapie stoppen vanwege bijwerkingen (ontvellingen aan handen en voeten). Gedurende de kuur is zij toch nog behoorlijk op gewicht gebleven. Op het moment van stoppen was ze 2 kilo lichter, wat vooral kwam doordat ze nog maar heel weinig at. In de laatste week was haar gewicht met bijna 2 ons per dag afgenomen. De enige mogelijkheid bestond toen nog uit chemotherapie met gemcitabine, met slechts 10% kans op effectiviteit.
Tegelijkertijd was ze begonnen met sondevoeding. Dit had de diëtiste al veel eerder voorgesteld, maar mijn partner had het al die tijd afgehouden omdat de ziekte dan zo zichtbaar wordt, maar achteraf viel haar dat erg mee. De nieuwe kuur bleek spectaculair goed aan te slaan, maar meest waarschijnlijk kwam dit doordat ze aan de sondevoeding was begonnen. Haar gewicht nam zelfs wat toe en ze kreeg weer veel meer energie. Het ging zo goed, dat we weer reizen naar warmere streken konden maken. Zelfs ging ze weer volleyballen. Uiteindelijk was dit niet vol te houden, maar al met al heeft ze zo nog 8 maanden een goede kwaliteit van leven gehad.”
Hans partner van Wilma