| Term | Definitie |
|---|---|
| EB-virus |
Ebstein Barr-virus |
| EBT-Scanning |
elektronenbundeltomografie |
| Eiwitten of proteïnen |
groep van ingewikkelde organische verbindingen die het grootste deel van het protoplasma (vloeistof in de cel) uitmaken; voornamelijk alfa-aminozuren en hun derivaten |
| Endocriene klier |
een klier die hetgeen wat hij maakt direct in het bloed uitscheidt |
| Endometrium |
baarmoederslijmvlies |
| Endoscopie |
onderzoek van de darm via een starre buis (rectoscopie) of een flexibele slang (gastroscopie-maag en slokdarm en sigmoïdoscopie en coloscopie-dikke darm) |
| Enterohepatische |
(kringloop), betrekking hebbend op de (dunne) darm en lever |
| Enzym |
een stof die chemische reacties beïnvloedt, bijvoorbeeld bij de spijsvertering of stofwisseling |
| Enzymen |
eiwitten die het verloop van een biochemische reactie bij lage (lichaams) temperaturen bevorderen |
| Enzymtherapie |
een behandeling waarbij gebruik wordt gemaakt van enzymen. De enzymen kunnen teveel aanwezige stoffen afbreken en hierdoor een positief effect hebben op zieke organen en immuunsysteem |
| Etiologie |
leer van de oorzaken van ziekten, pathogenese |
| Euthanatica |
middelen gebruikt bij euthanasie |
| Excisie |
letterlijk uitsnijding, het verwijderen van weefsel door chirurgisch ingrijpen |