| Term | Definitie |
|---|---|
| Cachexie |
zeer slechte algemene toestand door falen van het metabolisme |
| Carcinogeen agens |
kankerverwekkende stof |
| Carcinogeen of cancerogeen |
kankerverwekkend, stof die kanker verwekt |
| Carcinogenese |
kankerverwekking |
| Carcinoïd |
zeldzame tumor in de darm uitgaande van hormoonproducerende cellen |
| Carcinoma in situ |
beperkt, zich (nog) niet uitbreidend carcinoom |
| Carcinoom |
kwaadaardige epitheeltumor |
| Cel |
de kleinste functionele eenheid in het lichaam. |
| Celtherapie |
het toedienen van cellen die een vergelijkbare functie hebben als de cellen die door een ziekte zijn verminderd of verdwenen, veelal per injectie. Deze oude techniek wordt tegenwoordig vooral toegepast als stamceltherapie (met foetale cellen) en bij leukemie waarbij alle eigen (bloed)stamcellen zijn vernietigd |
| Cervixcarcinoom |
baarmoederhalskanker |
| Chemodektoma |
zie glomus tumor |
| Chemotherapeutica |
chemische geneesmiddelen met remmende of dodelijke werking tegen ziekteverwekkende micro-organismen of kankercellen |
| Chondrosarcoom |
kanker uitgaande van kraakbeencellen |
| Chromosoom |
één van de 23 paar staafvormige structuren in de celkern bestaande uit genen |
| CIN |
cervical intraepithelial neoplasie, nieuwgroei in het epitheel van de cervix |