Ondervoeding bij kanker

Ondervoeding bij kanker

Voor wie bedoeld?

Deze informatie is met name bedoeld voor patiënten die te horen krijgen dat ze kanker hebben. Ondervoeding speelt namelijk een belangrijke rol bij de strijd tegen kanker. Een goede voedingstoestand is niet alleen belangrijk voor preventie van kanker, maar nog meer wanneer kanker eenmaal ontdekt is en alle zeilen bijgezet moeten worden. Met behulp van deze informatie proberen wij u te ondersteunen zodat u weet wat u zelf kunt (en zou moeten) doen om ondervoeding te voorkomen en/of te verbeteren. U kunt met deze informatie beter beslagen ten ijs komen bij uw huisarts, specialist en andere zorgverleners om met een gerichte hulpvraag over ondervoeding door verwezen te worden naar een diëtist. De diëtist is de enige professional die is opgeleid om voedingsadviezen te geven.

Lees ook:

De relatie tussen voeding en ziekte

Ondervoeding

Ondervoeding

Bij ondervoeding denken we al snel aan de derde wereld, maar het komt ook in Nederland voor. Steeds meer ouderen zijn ondervoed. Ook al zie je het niet maar ook mensen met ernstig of gemiddeld overgewicht kunnen ondervoed zijn. Bij ondervoeding heeft het lichaam een tekort aan voedingsstoffen en energie. ‘Gewoon gezond eten’ is dan vaak niet meer voldoende.

Lees meer

Nuttige links over ondervoeding

Stuurgroep ondervoeding: www.stuurgroepondervoeding.nl
Richtlijn ondervoeding bij patiënten met kanker:www.oncoline.nl
Meer informatie over ondervoeding vindt u in onze nieuwsbrief Ondervoeding.
Medisch Contact Artsennet
Eerstelijns Ondervoedings Instituut
MalnuCare, informatie- en behandelcentrum bij (dreigende) ondervoeding in de eerste lijn.

Wat is ondervoeding?

De officiële definitie van ondervoeding luidt: Ondervoeding kan worden beschouwd als een voedingstoestand waarbij sprake is van een tekort of disbalans van energie, eiwit en/of andere nutriënten, die leidt tot meetbare nadelige effecten op de lichaamsomvang en lichaamssamenstelling, op het functioneren en op klinische resultaten [Stratton, 2003]

Lees meer

De definitie die gehanteerd wordt in de behandelrichtlijn van het CBO luidt:
Er is sprake van ondervoeding bij een van de volgende punten:

In 1 maand meer dan 5% gewichtsverlies
In 6 maanden meer dan 10%BMI tussen 18,5 en 20 (20 – 23 ouder dan 65 jaar) met gelijktijdige vermindering van voedselinname
Globaal spierverlies tot onder 5de percentiel met (enig) gewichtsverlies (tenminste 2%)

De algemene definitie luidt: ondervoeding kan worden beschouwd als een voedingstoestand waarbij sprake is van een tekort of disbalans van energie, eiwit en/of andere nutriënten, die leidt tot meetbare nadelige effecten op de lichaamsomvang en lichaamssamenstelling, op het functioneren en op de klinische resultaten.

Ondervoeding komt meer voor dan bekend is. Tenminste 10% van de ouderen is ondervoed, tussen de 18 en 33% van de mensen in verpleeg- en verzorgingstehuizen en van kankerpatiënten is tot 50% ondervoed.

Bij ondervoeding kan niet alleen het gewicht snel afnemen, dit gewichtsverlies kan ook gepaard gaan met een afname van spierweefsel. Ziektes kunnen het proces van ondervoeding bij jong en oud versnellen. Van alle kankerpatiënten krijgt zelfs 30 tot 50% te maken met ondervoeding.

In feite heeft gewicht geen directe relatie met ondervoeding. Een groot deel van de mensen in de Westerse wereld heeft simpelweg overgewicht door overmatige hoeveelheden vet, en dat kan ondervoeding heel gemakkelijk maskeren. Terwijl de spiermassa verder afneemt kan het gewicht toch toenemen door verkeerde voeding. Het is dus wel degelijk mogelijk om overgewicht te hebben maar toch ondervoed te zijn.

Wat is het effect van ondervoeding op het lichaam?

De afname van spierweefsel bij ondervoeding heeft diverse ongunstige effecten op het lichaam: Omdat er dus te weinig voedingsstoffen en eiwit binnenkomen, wordt weefsel afgebroken. Vet afbreken hoeft op zich niet erg te zijn (los van het mogelijke risico op vrijkomende gifstoffen uit het afgebroken vetweefsel) maar afbraak van spier is wel kwalijk omdat het leidt tot verminderde vitaliteit en hiermee tot minder beweging en minder gezondheid.

Lees meer

Spierafbraak betekent eiwittekort en dus ook te weinig voedingsstoffen voor een optimale afweer
Gewichtsverlies betekent energietekort. Energie is nodig voor afweer en welbevinden en temperatuur etc.
Bij eiwittekort en energietekort grote kans op gebrek aan andere essentiële stoffen als vitamines en mineralen en omega-3 vetzuren.

Wat is het effect van ondervoeding op kanker?

Ondervoeding verlaagt de afweer en afweer is het belangrijkste lichaamseigen wapen tegen kanker. Hierdoor kan kanker sneller groeien en toenemen en kunnen ook sneller en meer uitzaaiingen ontstaan.Daarnaast verergert ondervoeding de energieschaarste in het lichaam. Kankers gaan namelijk heel onzuinig om met energie en verbranden suiker (glucose) op een inefficiënte manier. En omdat kankers ook prioriteit opeisen in de toevoer van energie, blijft er dus nog minder over voor afweer en vitaliteit.

Lees meer

Bij een verstoorde stofwisseling is er feitelijk behoefte aan extra voeding en zorgen de genoemde oorzaken ervoor dat die extra voeding niet genuttigd wordt.

Onvoldoende voeding is een tweede hoofdgroep van oorzaken voor ondervoeding bij kanker.

De meest voorkomende oorzaken zijn:

  • Plaatselijke oorzaken als tumoren die inname van voedsel bemoeilijken, met name tumoren van mond, keel, slokdarm of maag.
  • Langdurige diarree waardoor een deel van het gegeten voedsel niet opgenomen wordt in de darm. Malabsorptie dus.
  • Bijwerkingen van de ziekte en de behandeling, zoals slechte eetlust en misselijkheid en braken.
  • Maar ook smaakverandering, een afkeer van eten en snel een vol gevoel kunnen al reden zijn om minder voedsel te gebruiken.
  • Gebrek aan hulp bij het eten, slechte zelfverzorging maar ook vaak gewoon slechte voedingsgewoontes.
  • Depressieve gevoelens kunnen de eetlust aanzienlijk verminderen, waardoor de voedselinname duidelijk kan afnemen.
  • En omgekeerd kan het vitaliteitsverlies door ondervoeding ook weer tot versterking van depressieve gevoelens leiden. Een negatieve spiraal dus.

Wat zijn de oorzaken van ondervoeding bij kanker?

Globaal zijn er twee soorten oorzaken van ondervoeding bij kanker: een verstoorde stofwisseling en onvoldoende voeding. En een combinatie daarvan is natuurlijk ook mogelijk.Een verstoorde stofwisseling treedt op door:

Sterke tumorgroei en het toenemend beslag daarvan op de energiehuishouding.
Operaties die extra eisen stellen aan de stofwisseling en daarom de behoefte aan voeding vergroten.
Infecties ten gevolge van de tumor en het beslag daarvan op de afweer, waardoor er zowel extra behoefte aan voeding bestaat als ook verminderde opname van voeding.

Wanneer is iemand (met kanker) ondervoed?

Er is sprake van ondervoeding als aan een van de criteria in de paragraaf/sectie ‘Wat is ondervoeding’ wordt voldaan. Daarbij is het signaal van afvallen een belangrijk criterium voor (dreigende) ondervoeding.

Lees meer

Ook de BMI wordt gebruikt als criterium. BMI staat voor Body Mass Index en is de uitkomst van de som: gewicht (in kilogrammen) gedeeld door het kwadraat van de lengte (in meters). Bij een BMI van 18,5 of lager is ondervoeding waarschijnlijk. Bij ouderen (> 65 jaar) is dit al vanaf een BMI van 20. Toch zegt gewicht of BMI niet alles: er zijn nu eenmaal extreem slanke mensen met een relatief licht gebouwd skelet die bij een lage BMI niet per se ondervoed hoeven te zijn en er zijn veel meer mensen met grote vetvoorraden die nauwelijks spieren hebben en daarmee wel degelijk ondervoed zijn.

Feitelijk is het bepalen van de zogenaamde ‘lean body mass’ (het gewicht na aftrek van de vetmassa van het lichaam, dus feitelijk alleen het skelet, de spieren en de organen) het meest nauwkeurig. Dit kan tegenwoordig redelijk nauwkeurig gebeuren met behulp van elektronische metingen. Ook kan de spiermassa ter hoogte van de lendenen vastgesteld worden, via MRI of CT scan (die bij kanker toch bij veel patiënten verricht worden). Een derde manier om de hoeveelheid spieren te meten is via omtrek van ledematen en bepaling van de vetplooien.

Ook de spierkracht is een goede graadmeter voor de hoeveelheid spieren en voor een vermindering daarvan. Evenals de conditie. Juist die dingen die in een sportschool goed te bepalen zijn.Via bloedbepalingen is ook wel iets te zeggen over ondervoeding: vaak gaat de CRP (het C-reactive protein, een maat voor ontsteking in het lichaam) omhoog bij ondervoeding en eiwitten in het bloed (met name de albumine fractie) gaan omlaag.Soms dalen ook de hoeveelheden immuunglobulinen, de antilichamen/afweerstoffen die in het lichaam aanwezig zijn.

Wees zelfs ook alert op verschijnselen die met ondervoeding samenhangen:(toename van) vermoeidheid, gebrek aan eetlust, afkeer van eten, snel vol bij eten, verandering van etensvoorkeuren, afname spierkracht en/of conditie.

Controle op ondervoeding?

Feitelijk zou iedereen geregeld gecontroleerd moeten worden qua voedingstoestand. Dan is in ieder geval duidelijk hoe het daarmee staat als er op enig moment kanker ontdekt wordt. In de praktijk is dit moeilijk te verwezenlijken, tenzij men het zelf doet.

Lees meer

Controles op ondervoeding zouden plaats moeten vinden op het moment van het ontdekken van kanker, voorafgaand aan behandeling in het ziekenhuis en regelmatig in het verloop van de behandeling, en vervolgens regelmatig na afloop van de behandeling.

Momenteel is het in de reguliere zorg als volgt geregeld: de controles worden uitgevoerd via korte vragenlijsten. Als blijkt dat er sprake is van (dreigende) ondervoeding, dan wordt de diëtiste ingeschakeld, die een verdere beoordeling doet en een behandelplan maakt. Ook de controle op de uitvoering daarvan ligt dan bij de diëtiste die daarover rapporteert aan huisarts of behandelend arts.

Het kost tijd voordat nieuwe wetenschappelijke inzichten doordringen tot de dagelijkse praktijk. De huidige opleiding van diëtisten is nog voornamelijk gebaseerd op de (in onze optiek achterhaalde) schijf van vijf en koolhydraten vormen een hoofdrol bij de energieleverende stoffen.

Waarschijnlijk zou een voedingsdeskundige met modernere inzichten en kennis van (oncologische) orthomoleculaire geneeskunde hier goed werk kunnen doen. In het algemeen dus orthomoleculair geschoolde diëtisten en artsen, liefst ook met kennis van de Niet-Toxische Tumor Therapie.

Wat te doen tegen ondervoeding?

Wat er tegen ondervoeding te doen valt, is sterk afhankelijk van de oorzaak en het mechanisme van ondervoeding.Bij een verstoorde stofwisseling hebben maatregelen vaak minder effect en dient eerst de oorzaak van die verstoorde stofwisseling aangepakt te worden. Met andere woorden, de kanker dient effectief bestreden te worden door maatregelen als operatie, bestraling en chemotherapie. Maar juist daardoor nemen ondervoeding en klachten vaak verder toe. Dus juist dan zijn kunstgrepen als extra eiwit via shakes en ‘ruimtevaartvoeding’ nuttig. Naast maatregelen die stofwisselingsverbeterend zijn, zoals frequentere en makkelijker consumeerbare voeding, beweging, passende pijnstilling, soms bepaalde medicijnen en hormonen. In de ernstigste gevallen valt sondevoedking of intraveneuze voeding te overwegen. Dit kan alleen in het ziekenhuis.

Wat doet een diëtist tegen ondervoeding?

De diëtist zal de voedingsbehoefte bepalen op basis van stofwisseling (basaalmetabolisme). Daarvoor worden de waarden van temperatuur, hartslag en ademhaling gebruikt en vermeerderd met de caloriebehoefte van eventuele bewegingsactiviteiten. Het grootste deel van de caloriebehoefte zal worden afgedekt met koolhydraten, meestal voor een redelijk deel snelle koolhydraten. Snelle koolhydraten zijn voedingsmiddelen die veel koolhydraten bevatten die snel omgezet worden in suiker (glucose). Tevens zal de hoeveelheid eiwit zal worden verhoogd naar 1,2 tot 1,5 gram per kilogram lichaamsgewicht.

Lees meer
Wanneer passageklachten de hoeveelheid opneembaar voedsel beperken, kan overgegaan worden op drinkvoeding, desnoods per sonde. In het uiterste geval kan ook intraveneuze voeding plaatsvinden, in het ziekenhuis. Dit zal voornamelijk plaatsvinden wanneer sondevoeding tot onvoldoende resultaten leidt, met name wanneer het maagdarmkanaal niet meer in staat is voldoende voedsel op te nemen.

Opsporing en behandeling van ondervoeding

Opsporing en behandeling van ondervoeding is een belangrijke maatregel bij de behandeling van kanker. Het is dus ook een erg goede zaak dat er inmiddels ook in de reguliere zorg meer aandacht voor dit onderwerp is gekomen. Niet alleen afvallen of gewicht worden als signaal van ondervoeding beschouwd, maar er wordt in detail naar lichaamssamenstelling en stofwisseling gekeken en het belang van eiwitrijke voeding wordt erkend.

Lees meer

Maar nog steeds wordt veel nadruk gelegd op koolhydraten en suikers als energiebronnen. Vetten krijgen een minder belangrijke rol toegedicht en ook de onderlinge verhouding van de diverse soorten vetten lijkt niet van groot belang. Daarnaast lijkt ook het soort eiwit, en dan met name de onderlinge samenstelling van de verschillende aminozuren in eiwit, als minder belangrijk te worden beschouwd.

Volgens onze inzichten is het ook van belang welke specifieke voedingsmiddelen worden gebruikt: wit vlees en gevogelte is beter dan varkensvlees en bewerkt vlees. Veel van de eiwitten uit onbewerkte zuivel (melk) zijn onvolledig en nemen minder goed op. Wei-eiwitten uit melk daarentegen zijn afweer stimulerend en kunnen daardoor ons immuunsysteem een handje helpen.

Haver is beter dan tarwe. Ruim vette vis eten is beter dan witvis, en levert ook meer calorieën op. Veel verse groente kan beter voor de juiste hoeveelheid mineralen en vitamines zorgen, dan maaltijden rijk aan aardappelen en rijst en pasta. Groente bevat relatief weinig koolhydraten en vet, veel dus minder calorieën dan koolhydraatrijke voeding. De calorieën die bij gebruik van veel groente extra genuttigd moeten worden, kunnen echter ook uit goede vetten komen: visvetten (omega-3), olijfolie, kokosvet, bescheidener hoeveelheden lijnzaadolie, pompoenpittenolie en notenolie. De meeste kankers zijn namelijk vooral ingesteld op het verbranden van glucose (suiker) en het is van belang de hoeveelheid daarvan zo gering mogelijk te houden. Dit wordt al jaren verkondigd vanuit de complementaire kankerbestrijding en is feitelijk met wetenschappelijk onderzoek inmiddels ook aangetoond: een verlaging van de hoeveelheid glucose in het bloed vertraagt de groeisnelheid van de gemiddelde kanker.

De hoeveelheid benodigde voeding kan ook afhangen van de kwaliteit van de darmfunctie. Dit wordt, behalve wanneer er sprake is van aandoeningen als een sterk ingekorte darm of een sterk zieke darm door bestraling en/of chemo, zelden meegerekend. Een analyse van de ontlasting, waarbij naar de gezondheid van de darm gekeken wordt, de hoeveelheid onverteerde stoffen worden bepaald en de darmflora op de juiste hoeveelheden wordt gecontroleerd, kan echter bijdragen aan het beter laten functioneren van de darm – die immers ook deel is van ons immuunsysteem – en van de voedselopname. Dus ook prebiotica en probiotica kunnen een bijdrage leveren aan een gezonde darm met een goede darmfunctie.

Wat kunt u zelf doen?

Belangrijk is het begrijpen van het belang van ondervoeding en waarom dat vermeden moet worden. Zelf opbouwen van kennis over het onderwerp is dus aan te bevelen. Hopelijk kan deze informatie hier een eerste aanzet toe geven. Daarnaast is het zelf opbouwen van kennis over voeding ook belangrijk. Tenslotte is het ook belangrijk om professionele hulp te raadplegen waar nodig: een mens kan en hoeft niet zelf helemaal het wiel opnieuw uit te vinden.

Lees meer

Zorg dat er aandacht is voor ondervoeding. Kaart het onderwerp aan bij huisarts en oncoloog, laat er onderzoek naar doen en vraag zo nodig een verwijzing naar een diëtist. Wees kritisch op de genomen maatregelen en stel alternatieven voor als u dat wilt. Probeer te zorgen dat er één persoon verantwoordelijk blijft voor uw voedingstoestand.

In onze maatschappij zijn wij gewend geraakt de verantwoordelijkheid over onze gezondheid te delegeren naar deskundigen: huisartsen, oncologen, verpleegkundigen en diëtisten. Veelal doen mensen klakkeloos wat de deskundigen hen zeggen en aanraden. Veel van de reguliere medische behandelingen zijn echter gebaseerd op protocollen: op behandelwijzen die bij grote aantallen in ieder geval een gunstig effect hebben laten zien, maar die niet noodzakelijkerwijs voor ieder individu even optimaal zijn.

Er zijn de laatste decennia ook steeds meer kritische patiënten gekomen die zelf ook via onderzoek op internet en het lezen van boeken hun eigen mening gevormd hebben. Of gaan vormen, wanneer dat nodig is. De informatie die wij hier geven is bedoeld voor zulke kritische patiënten, maar ook voor iedereen die zelf de controle over behandeling en gezondheid wil houden.Maar feitelijk dient iedereen te weten dat ondervoeding altijd op de loer ligt bij kanker. En feitelijk dus ook al voor het optreden van kanker. En of u nu zelf in actie komt, of uw behandelaars voor u in actie laat komen: het is altijd belangrijk om ondervoeding op tijd te signaleren en er op in te spelen.

Wat kunt u nog meer zelf doen?

Zorg dat het niet zover komt: met goede voeding valt in 30-70% van de gevallen het ontstaan van kanker te voorkomen.

Houd zelf gewicht, voedingsbehoefte en hoeveelheid spierweefsel en spierkracht als ook conditie in de gaten. Wie er eerder bij is, heeft een duidelijk voordeel.

Ga of blijf bewegen. Dit prikkelt de stofwisseling, vergemakkelijkt de spijsvertering en zorgt voor een groeiprikkel van de spieren. Want alleen voldoende eiwit eten is niet altijd genoeg om spieren tegen ondervoeding te beschermen. Een spier die niet gebruikt wordt, heeft een natuurlijke neiging om kleiner (en dunner en slapper) te worden. Om spieren dus in vorm en op maat te houden, is naast voldoende eiwit en de juiste voedingssamenstelling, ook voldoende beweging nodig.

Lees meer

Over de optimale wijze van bewegen verschillen de inzichten: zeker is dat bewegen goed is, maar hoe er precies bewogen moet worden zal ook per individu verschillen.Zo mogelijk tenminste een half uur wandelen per dag is altijd goed. Maar daarnaast zal een paar keer per week kortdurend zwaardere inspanning, waarbij met name de conditie wordt bevorderd, ook nuttig zijn. Hiervoor zijn diverse vormen van beweging mogelijk: joggen, roeien, zwemmen, de steps-machine of de crosstrainer, het kan allemaal. Kies iets dat u plezierig vind. Want tegen de zin in sporten zal het erg moeilijk maken om het vol te houden.

Als derde bewegingsvorm raden wij spiertraining aan. Spiertraining die erop gericht is de spieren op volume, gewicht en kracht te houden (als ze al goed zijn) of te brengen wanneer ze onvoldoende zijn. Dat wordt dan snel een vorm van krachttraining, wat ook weer specifieke behoeftes stelt aan de voeding. Krachttraining kan het best worden verricht onder deskundige begeleiding. Sommige ziekenhuizen bieden deze faciliteit, sommige sportscholen, al dan niet in combinatie met fysiotherapie, zijn voldoende deskundig om hierbij goede begeleiding te bieden.Daarom is het ook belangrijk dat alle betrokken hulpverleners ook overleg hebben zodat zij samen kunnen werken aan de optimale begeleiding.

Wanneer eten moeizaam gaat, door passageproblemen of misselijkheid, zijn er diverse dingen die hierbij kunnen helpen. Zorg dat eten een sociale bezigheid blijft, dat helpt mee om de aandacht af te leiden van de klachten. Daarnaast bestaan er medicijnen die de klachten kunnen helpen verminderen: bespreek dit met de behandelend arts of de huisarts. Tenslotte zijn er ook mensen die baat hebben bij medicinale weed: voor sommigen bevordert dit de eetlust en heeft een pijnstillend effect. De behandelend arts kan dit desgewenst voorschrijven.

Richtlijnen voor artsen

Hoewel het probleem van ondervoeding in de geneeskunde al geruime tijd bekend is, wordt er nog bijzonder weinig aandacht aan besteed. Dat is opmerkelijk, want er bestaan veel wetenschappelijke bewijzen die zijn verwerkt in nationale en internationale richtlijnen voor artsen en andere zorgverleners. Bij opname in het ziekenhuis moeten artsen tegenwoordig kijken of ondervoeding kan worden vastgesteld. Als dit het geval is, kan het afhankelijk van de mate van ondervoeding heel moeilijk zijn om nog in te grijpen. Zodra kanker is vastgesteld is het belangrijk dat men zich laat adviseren en begeleiden door een beschikbare zorgprofessional.

Lees meer

Men kan bijvoorbeeld overleggen met de huisarts, behandelend specialist of anderen zoals orthomoleculaire artsen, diëtisten en voedingsdeskundigen, en/of fysiotherapeuten. Het is belangrijk om te weten dat er al richtlijnen bestaan voor behandelaars.

Aan de hand van deze richtlijnen kunnen zij helpen ondervoeding te voorkomen of tijdig vast te stellen. In iedere situatie kan een behandelplan worden gemaakt om de patiënt te begeleiden. Het is pure gezondheidswinst om ondervoeding te voorkomen of te minimaliseren!