acute leukemie
Omdat bloedcellen maar een korte levensduur hebben, maakt het beenmerg voortdurend nieuwe cellen aan. Bij acute
leukemie treedt een storing op in de productie van witte bloedcellen (leukocyten). De leukocyten worden aan het bloed afgestaan wanneer ze nog onrijp zijn en geen nuttige functie kunnen vervullen. Tegelijk gaat deze aanmaak ongeremd door, waardoor de productie van gezonde bloedcellen in het gedrang komt. De gevolgen zijn dramatisch: bloedarmoede door een tekort aan rode bloedcellen, verminderde weerstand door een tekort aan witte cellen en spontane bloedingen door te weinig bloedplaatjes. Terwijl dus de algehele gezondheid steeds verder verslechtert, hopen de onrijpe witte bloedcellen zich op. Eerst in het bloed, maar vervolgens ook in de lymfeklieren, de milt en de lever.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen acute
lymfatische leukemie en acute
myeloïde leukemie, afhankelijk van de soort witte bloedcellen waarin de verstoring optreedt




