Het beenmerg zorgt onder andere voor de productie van bloedcellen. Uit de in het merg aanwezige stamcellen worden naar behoefte drie soorten cellen aangemaakt: de rode bloedcellen (erythrocyten) die voor het transport van zuurstof van de longen zorgen; de witte bloedcellen (leukocyten) die ziekte- en schadeverwekkers bestrijden en onderdeel zijn van onze afweer, ons immuunsysteem; en de bloedplaatjes die onmisbaar zijn voor het stollen van het bloed.
De ziektesDe aanmaak van bloedcellen in het beenmerg kan verstoord raken, waardoor het bloed niet goed meer functioneert en de algehele gezondheid steeds verder achteruit gaat met, zonder behandeling, uiteindelijk de dood als gevolg. Er zijn verschillende soorten beenmergziekten, die hieronder apart beschreven worden: | | |
Acute leukemie | | |
Verschijnselen | ||
| Omdat bloedcellen maar een korte levensduur hebben, maakt het beenmerg voortdurend nieuwe cellen aan. Bij acute leukemie treedt een storing op in de productie van witte bloedcellen (leukocyten). De leukocyten worden aan het bloed afgestaan wanneer ze nog onrijp zijn en geen nuttige functie kunnen vervullen. Tegelijk gaat deze aanmaak ongeremd door, waardoor de productie van gezonde bloedcellen in het gedrang komt. De gevolgen zijn dramatisch: bloedarmoede door een tekort aan rode bloedcellen, verminderde weerstand door een tekort aan witte cellen en spontane bloedingen door te weinig bloedplaatjes. Terwijl dus de algehele gezondheid steeds verder verslechtert, hopen de onrijpe witte bloedcellen zich op. Eerst in het bloed, maar vervolgens ook in de lymfeklieren, de milt en de lever. Er wordt onderscheid gemaakt tussen acute lymfatische leukemie en acute myeloïde leukemie, afhankelijk van de soort witte bloedcellen waarin de verstoring optreedt. | Het tekort aan rode bloedcellen leidt tot een bleek, ongezond uiterlijk door bloedarmoede, tot een verhoogde hartslag omdat het hart zal proberen het verarmde bloed sneller rond te pompen, tot kortademigheid en vermoeidheid. Het gebrek aan gezonde witte bloedcellen kan allerlei infecties tot gevolg hebben. Deze zijn weliswaar te genezen, maar komen door de afbrokkelende weerstand vaak snel weer terug. Doordat er ook te weinig bloedplaatjes zijn, leiden lichte botsingen al tot blauwe plekken en bloedingen. Waar de onrijpe cellen zich ophopen, ontstaan voelbare, overigens niet pijnlijke, zwellingen: in de lymfeklieren in oksel, hals en lies en in de lever en de milt. Acute myeloïde leukemie kent als bijzonder kenmerk een zwelling van het tandvlees. | |
Oorzaken | Incidentie | |
| Waardoor leukemie ontstaat, is niet duidelijk. Wel zijn enkele risicoverhogende factoren bekend: ioniserende straling, chemische stoffen als benzeen, en cytostatica. Leukemie kan dus optreden als ‘bijproduct’ van een chemotherapie; dit komt in 3% van de gevallen voor. Er lijkt sprake van een erfelijk bepaalde aanleg, maar hoe sterk dit verband is, is niet duidelijk. | Jaarlijks worden ruim 600 gevallen van acute leukemie bij volwassenen vastgesteld, bij mannen en vrouwen even vaak. De kans op het ontwikkelen van leukemie neemt toe naarmate men ouder wordt. Ook kinderen kunnen leukemie krijgen, vooral acute lymfatische leukemie. | |
Diagnostiek | ||
| Als de eerste signalen van algehele verzwakking daartoe aanleiding geven, volgt onderzoek van het bloed en het beenmerg. Daarvoor is een beenmergpunctie vereist, wat tamelijk pijnlijk is. Is er meer weefsel nodig om zekerheid te verkrijgen, dan volgt onder lokale verdoving een biopsie, waarbij een ‘schepje’ cellen uit het merg wordt gehaald. Om vervolgens vast te stellen waar in het lichaam zich de opeenhopingen van onrijpe cellen bevinden, worden röntgenfoto’s gemaakt en soms echo’s en scans gemaakt. | Een relatief nieuwe onderzoeksmethode werkt met immuunfenotypering. De kankercellen blijken immunologisch afwijkende kenmerken aan de buitenzijde te hebben (fenotype) die met speciaal onderzoek zijn vast te stellen. Deze methode kan niet alleen worden gebruikt om een betere behandeling te kunnen geven, maar ook om het resultaat en verloop van de behandeling beter te kunnen volgen. | |
Behandeling | ||
| De behandeling van acute leukemie is in principe gericht op genezing. Of de behandeling aanslaat, kan van tevoren niet vastgesteld worden. Ook kan een genezende behandeling voor sommige, meest oudere, patiënten te zwaar worden geacht, zodat noodgedwongen een lagere dosis wordt toegediend die slechts leidt tot tijdelijk terugdringen van de ziekteverschijnselen. De behandeling bestaat uit een intensieve en zeer zware chemokuur, die per infuus wordt toegediend en een à anderhalve week in beslag neemt. Het doel van de kuur is om tot in het beenmerg alle onrijpe bloedcellen te vernietigen. Tegelijk wordt vers bloed toegediend, anders zou de patiënt tijdens de kuur aan totale uitputting bezwijken. Na afloop van de kuur gaat het beenmerg weer bloedcellen aanmaken en de bedoeling is dan dat er geen onrijpe bloedcellen meer groeien. Vaak zijn hiervoor meerdere kuren nodig. Wanneer er geen afwijkende cellen meer aantoonbaar zijn, is de behandeling volledig geslaagd. Dit noemt men een complete remissie. Bij een partiële remissie is het aantal afwijkende cellen wel verminderd maar niet geheel verdwenen. | Hoe zwaarder de behandeling, hoe beter de resultaten. De meeste kans op genezing biedt het volledig vernietigen van alle cellen in het beenmerg, gevolgd door implantatie van nieuwe stamcellen van een gezonde donor. Dit is een zeer zware behandeling, waarvoor in het algemeen alleen jonge, sterke patiënten in aanmerking komen. Soms worden ook aanvullende behandelingen verricht zoals het inbrengen van cytostatica in het ruggemergsvocht of bestraling van het hoofd. Bij akute myeloide leukemie bij ouderen wordt gebruikelijk een tweetal chemomiddelen gegeven, cytarabine en daunorubicine. Recent bleek dat de resultaten van deze behandeling aanzienlijk toenemen bij een dubbele hoeveelheid daunorubicine, terwijl de bijwerkingen niet toenemen. Als ondersteuning of aanvulling op de reguliere behandeling van de artsen en specialisten in het ziekenhuis kunnen patiënten altijd de voedingsadviezen voor kankerpatiënten volgen. Daarnaast is een aanvulling van vitamines, mineralen en uit voeding geïsoleerde medicijnen altijd te overwegen. Ook kunnen de bijwerkingen van de behandeling op deze wijze worden verminderd. | |
Aanvullende behandeling | Resultaten | |
| Als ondersteuning van of aanvulling op de reguliere behandeling van de specialisten in het ziekenhuis, kunnen mensen met kanker ook zelf wat doen, namelijk gaan eten volgens de voedingsadviezen van de niet-toxische tumortherapie. Daarnaast is het ook mogelijk om behalve echt gezonde voeding ook extra voedingssupplementen, vitamines en mineralen te gaan gebruiken. Dit heet orthomoleculaire geneeskunde. Ga niet zelf hobby-en, maar zoek hiervoor een arts met ervaring op dit gebied. Met goede voeding en extra voedingssupplementen blijken veel mensen een hogere kwaliteit van leven te krijgen, in diverse gevallen ook langer te leven en in een enkel geval zelfs te genezen. Hoewel er tot nu toe nog weinig statistische bewijzen zijn voor zo’n behandeling, lopen er in Nederland diverse mensen rond die ervan overtuigd zijn dat zij hun leven aan deze behandeling te danken hebben. | De vijfjaars overleving voor acute lymfatische leukemie is 28%, voor de zeldzamere acute myeloïde leukemie 20%. Bij kinderen is de prognose duidelijk beter en ligt voor de acute lymfatische leukemie boven de 70% en de acute myeloïde leukemie rond de 60%. Bij hen is het belangrijk dat veel aandacht besteed wordt aan opsporing en preventie van de late gevolgen van de ziekte. | |
| | ||
Chronische leukemieBij chronische leukemie is de storing in de productie van witte bloedcellen minder volledig dan bij acute leukemie. De bloedcellen worden weliswaar te vroeg aan het bloed afgegeven, maar ze zijn nog wel voor een deel in staat hun taak uit te voeren.Daardoor is chronische leukemie een sluipend proces van langzaam verslechterende gezondheid, dat soms pas na enkele jaren aan het licht komt. | ||
|
Verschijnselen | Oorzaken | |
| Het ziektebeeld voor chronische lymfatische leukemie is duidelijk anders dan voor chronische myeloïde leukemie. Bij chronische lymfatische leukemie ontstaan niet-pijnlijke zwellingen op plaatsen waar de slecht functionerende cellen zich ophopen. Deze kunnen wel hinder veroorzaken, vooral de lymfeklieren in hals, oksels en liezen en de lever en de milt. Ook ontstekingen aan de luchtwegen komen vaak voor. Bij chronische myeloïde leukemie is bloedarmoede, met alle daarbij horende verschijnselen de meest opvallende klacht. Ook zwelt de milt op. | Waardoor leukemie ontstaat, is niet duidelijk. Wel zijn enkele risicoverhogende factoren bekend: ioniserende straling, chemische stoffen als benzeen, en cytostatica (chemobehandeling). Leukemie kan dus optreden als ‘bijproduct’ van een chemotherapie; dit komt in 3% van de gevallen voor. Er lijkt sprake van een erfelijk bepaalde aanleg, maar hoe sterk dit verband is, is niet duidelijk. | |
Incidentie | Diagnostiek | |
| Chronische leukemie komt iets minder vaak voor dan acute, jaarlijks worden ruim 500 nieuwe gevallen geconstateerd. Chronische myeloïde leukemie komt vooral op middelbare leeftijd voor, chronische lymfatische leukemie juist bij hogere leeftijd. | Evenals bij chronische acute leukemie vindt bij een eerste vermoeden bloedonderzoek plaats, gevolgd door een beenmergpunctie en röntgenfoto’s om te zien waar zich celophopingen voordoen. | |
Behandeling | ||
| Chronische leukemie valt met chemotherapie niet te genezen, maar is meestal goed onder controle te houden. Bij chronische myeloïde leukemie krijgen patiënten cytostatica per tablet toegediend. Wanneer na verloop van jaren ongevoeligheid voor het medicijn ontstaat, kan een nieuw cytostaticum gezocht worden. De kans dat dit aanslaat, is dan wel kleiner geworden. Een goed alternatief bij chronische myeloïde leukemie is interferon, een lichaamseigen celdelingsremmer, die in grote hoeveelheden met injecties kan worden toegediend. De bijwerkingen van interferon zijn neerslachtigheid en huidirritatie. Voor jongere patiënten kan stamceltransplantatie genezing betekenen. Chronische lymfatische leukemie wordt vaak niet behandeld, omdat de ziekte langzaam verloopt en cytostatica weinig effect sorteren. Mocht het verloop versnellen, dan kan alsnog tot behandeling worden overgegaan. Vaak gebeurt dit dan met fludarabine chemotherapie. Recent bleek dat wanneer | deze behandeling niet langer aanslaat, behandeling met alembtuzumab - een monoklonaal antilichaam tegen een bepaald lymfocytenkenmerk, CD52 - hierna nieuwe mogelijkheden biedt. Wanneer de lymfeklieren hinderlijk gezwollen zijn en deze bij behandeling niet kleiner worden, kunnen ze bestraald worden. De overige gevolgen van deze leukemie, zoals bloedarmoede, bloedingen en infecties, moeten wel steeds bijtijds behandeld worden. Patiënten met een van deze vormen van chronische leukemie dienen er dus rekening mee te houden dat ze jarenlang onder dokterstoezicht zullen staan. Als ondersteuning of aanvulling op de reguliere behandeling van de artsen en specialisten in het ziekenhuis kunnen patiënten altijd de voedingsadviezen voor kankerpatiënten volgen. Daarnaast is een aanvulling van vitamines, mineralen en uit voeding geïsoleerde medicijnen altijd te overwegen. Ook kunnen de bijwerkingen van de behandeling op deze wijze worden verminderd. | |
Aanvullende behandeling | ||
| Als ondersteuning van of aanvulling op de reguliere behandeling van de specialisten in het ziekenhuis, kunnen mensen met kanker ook zelf wat doen, namelijk gaan eten volgens de voedingsadviezen van de niet-toxische tumortherapie. Daarnaast is het ook mogelijk om behalve echt gezonde voeding ook extra voedingssupplementen, vitamines en mineralen te gaan gebruiken. Dit heet orthomoleculaire geneeskunde. Ga niet zelf hobby-en, maar zoek hiervoor een arts met ervaring op dit gebied. | Met goede voeding en extra voedingssupplementen blijken veel mensen een hogere kwaliteit van leven te krijgen, in diverse gevallen ook langer te leven en in een enkel geval zelfs te genezen. Hoewel er tot nu toe nog weinig statistische bewijzen zijn voor zo’n behandeling, lopen er in Nederland diverse mensen rond die ervan overtuigd zijn dat zij hun leven aan deze behandeling te danken hebben. | |
Resultaten | ||
| Bij beenmergtransplantatie is de kans op genezing ruim 50%. In alle overige gevallen is geen genezing mogelijk, maar kan de patiënt tot wel tien jaar lang vrij ongestoord met zijn ziekte leven. | ||
| | ||
Ziekte van Kahler - Multipel Myeloom | ||
| Multipel Myeloom is verwant aan leukemie. Hierbij zijn het de plasmacellen die woekeren en daarmee de aanmaak van gezonde bloedcellen in het beenmerg hinderen. De woekerende plasmacellen produceren abnormale en niet-functionerende antistoffen, immuunglobulines zoals het M-proteïne en zijn daarnaast verantwoordelijk voor de aanmaak van stoffen die tot botafbraak leiden en voor botbreuken . Met name de botafbraak kan pijnlijk zijn. | ![]() plasmacellen die woekeren en daarmee de aanmaak van gezonde rode bloedcellen hinderen. | |
Verschijnselen | Oorzaken | |
| Multipel Myeloom leidt tot botpijn, meestal eerst in de rug en later ook in de ribben, het bekken en de nek. Daarnaast treden vermoeidheid, luchtweginfectie, afnemende eetlust maar juist aanhoudende dorst, en bloedingen op. Bovendien verstoort het M-proteïne een goede werking van de nieren. | Misschien spelen chronische ontstekingen een rol bij het ontstaan van multipel myeloom. Bij DNA-onderzoek van de kwaadaardige cellen wordt meestal een afwijking in de chromosomen gevonden, maar wat de relatie hiervan met de oorzaken van de ziekte is, weet men niet. | |
Incidentie | Diagnostiek | |
| Jaarlijks wordt bij ruim 700 mensen multipel myeloom geconstateerd, bij mannen vaker dan bij vrouwen (55 om 45%). De ziekte komt vaker voor met het toenemen van de leeftijd. | Naast bloedonderzoek en een beenmergpunctie kan ook urineonderzoek gedaan worden. De verspreiding van de ziekte wordt geconstateerd door röntgenonderzoek van de botten. | |
Behandeling | Resultaten | |
| De behandeling is gericht op terugdringing van de ziekte. De behandeling bestaat uit chemotherapie en bestraling en indien mogelijk uit stamceltransplantatie. Bestraling kan ook helpen om pijn te bestrijden. Daarnaast zijn ondersteunende behandelingen nodig om de effecten van de ziekte te bestrijden, zoals bloedtransfusies en plasmaferese, waarbij gezond bloedplasma wordt toegediend, en medicijnen tegen botontkalking. Wanneer botten dreigen te breken, vooral in de armen en benen, kunnen ze uit voorzorg operatief verstevigd worden. | De vijfjaars overleving is ongeveer 25%, maar de levensverwachting loopt per patiënt sterk uiteen, afhankelijk van het stadium van de ziekte bij ontdekking en de soort behandeling. Succesvolle stamceltransplantatie kan de ziekte langdurig terugdringen. | |
Aanvullende behandeling | ||
| Als ondersteuning van of aanvulling op de reguliere behandeling van de specialisten in het ziekenhuis, kunnen mensen met kanker ook zelf wat doen, namelijk gaan eten volgens de voedingsadviezen van de niet-toxische tumortherapie. Daarnaast is het ook mogelijk om behalve echt gezonde voeding ook extra voedingssupplementen, vitamines en mineralen te gaan gebruiken. Dit heet orthomoleculaire geneeskunde. Ga niet zelf hobby-en, maar zoek hiervoor een arts met ervaring op dit gebied. | Met goede voeding en extra voedingssupplementen blijken veel mensen een hogere kwaliteit van leven te krijgen, in diverse gevallen ook langer te leven en in een enkel geval zelfs te genezen. Hoewel er tot nu toe nog weinig statistische bewijzen zijn voor zo’n behandeling, lopen er in Nederland diverse mensen rond die ervan overtuigd zijn dat zij hun leven aan deze behandeling te danken hebben. | |
| | ||
Ziekte van Waldenström - Macroglobulinemie | ||
| Deze vorm van beenmergkanker is verwant aan de ziekte van Kahler en bij deze ziekte is er een ongecontroleerde groei van witte bloedcellen met de abnormale anti-stof M-proteïne, een groot immuunglobuline van het type Ig-M waardoor het bloed stroperig wordt. | | |
Verschijnselen | Oorzaken | |
| Eerste verschijnselen van de ziekte zijn vaak vermoeidheid, gewichtsverlies, soms een verhoogde bloedingsneiging en (lokale) kouwelijkheid. Ook hoofdpijn en neurologische problemen komen voor. Door de abnormale anti-stof bij de ziekte van Waldenström waarbij stroperigheid van het bloed ontstaat, wordt de doorbloeding soms minder goed en krijgen mensen daar problemen mee, vooral aan de ogen, oren, vingers en tenen. De anti-stof kan M-proteïne kan ook tot beschadiging van de zenuwbanen leiden. De stof heeft echter geen invloed op de botten zoals bij de ziekte van Kahler. | De oorzaken van het ontstaan van de ziekte van Waldenström zijn onbekend. | |
Incidentie | Diagnostiek | |
| Van de bloed- en beenmergkankers is de ziekte van Waldenström een van de minst voorkomende. Precieze aantallen van deze ziekte zijn onbekend. | De ziekte kan worden vastgesteld met bloed- en beenmergonderzoek. Voor verdere diagnose wordt de gebruikelijke röntgenfotografie en scans toegepast | |
Behandeling | Resultaten | |
| Over het algemeen wordt een chemotherapie aangeraden, waarmee de ziekte wordt teruggedrongen. Tot nu toe zijn met chemotherapie geen werkelijke genezingen bereikt. Veelal wordt daarom aangeraden om het punt waarop met de chemotherapie wordt begonnen uit te stellen tot het moment dat dit werkelijk noodzakelijk is. Goede resultaten om dit moment zo lang mogelijk uit te stellen zijn bereikt met een orthomoleculaire behandeling. Ondersteunende behandeling bestaat, bij verhoogde viscositeit (stroperigheid) uit plasmaferese, soms ook met bloedtransfusies. | Zoals reeds boven vermeld is de meest gebruikelijke behandeling chemotherapie. Tot nu toe is echte genezing niet bereikt maar afhankelijk van het stadium waarin de ziekte wordt ontdekt kan de overlevingstijd nog heel lang duren. | |
Aanvullende behandeling | ||
| Als ondersteuning van of aanvulling op de reguliere behandeling van de specialisten in het ziekenhuis, kunnen mensen met kanker ook zelf wat doen, namelijk gaan eten volgens de voedingsadviezen van de niet-toxische tumortherapie. Daarnaast is het ook mogelijk om behalve echt gezonde voeding ook extra voedingssupplementen, vitamines en mineralen te gaan gebruiken. Dit heet orthomoleculaire geneeskunde. Ga niet zelf hobby-en, maar zoek hiervoor een arts met ervaring op dit gebied. | Met goede voeding en extra voedingssupplementen blijken veel mensen een hogere kwaliteit van leven te krijgen, in diverse gevallen ook langer te leven en in een enkel geval zelfs te genezen. Hoewel er tot nu toe nog weinig statistische bewijzen zijn voor zo’n behandeling, lopen er in Nederland diverse mensen rond die ervan overtuigd zijn dat zij hun leven aan deze behandeling te danken hebben. | |



