print mail
Over kanker
U wilt beter begrijpen wat kanker is. Misschien bent u patiënt, heeft iemand in uw omgeving kanker of bent u bang dat u zelf kanker heeft. Hier wordt u stap voor stap uitgelegd wat kanker is en waarom kanker levensbedreigend kan zijn. Een beter begrip van de ziekte voorkomt veel misverstanden en maakt het gesprek met familieleden en artsen gemakkelijker.

Is het kanker?








Niet ieder knobbeltje is kanker of gevaarlijk. Als u een knobbeltje voelt dat u niet vertrouwd gaat u dan naar uw huisarts. Vaak zal het gaan om een goedaardig gezwel waar soms wel wat aan gedaan moet worden, maar dat verder niet gevaarlijk is. Als de huisarts het niet zeker weet zal hij u voor onderzoek doorverwijzen naar het ziekenhuis. Om te weten wat kanker is, is het tevens belangrijk om te begrijpen wat kanker allemaal niet is.Het schema hiernaast maakt dit snel duidelijk.

Zwelling, dit kan een voelbare zwelling zijn zoals een knobbeltje in de borst of in de lies, maar ook een zwelling in de buik of in de long waar wel of geen hinder van wordt ondervonden. Het kan gaan om een goedaardige of kwaadaardige tumor maar ook om een ontsteking of een cyste.

Ontsteking, door ziektekiemen of bacillen ontstaan, kan gepaard gaan met een zwelling, bijvoorbeeld een ontstoken plek op de vinger kan gezwollen zijn.

Cyste, met vloeibare of weke inhoud gevulde holte met een omhulsel van epitheel (soort huid). Een cyste ontstaat niet door celdeling.

Lipoom (vetweefsel), fibroom (bindweefsel), neurinoom (zenuwweefsel) en wrat (huid) zijn verschillende vormen van goedaardige tumoren.

Kwaadaardig of goedaardig?

Gezwel of tumor, door celdeling ontstaan gezwel.

Goedaardige tumor, een tumor met een kapsel, een sterke schil of wand waar de zich delende cellen in blijven zitten. Een goedaardige tumor kan wel groot worden en daardoor problemen geven. Ze zaaien niet uit, ze zijn benigne (goed) van aard.

Kwaadaardige tumor,
dit is kanker. Een kwaadaardige tumor heeft geen schil en groeit door het omliggende weefsel heen. Het is maligne (destructief, kapotmakend, kwaadaardig). Omliggend gezond weefsel wordt weggedrukt en vernietigd.

Het is meestal geen ronde vorm. Een kwaadaardige tumor groeit meer als een aardappel die begint uit te lopen. De sprieten van de kanker groeien door de wand van omliggende bloedvaten of lymfevaten heen. Cellen van de tumor die in bloedbaan of het lymfevat terechtkomen kunnen loslaten en zich door het lichaam verspreiden. Zodra ze zich ergens hechten groeit er op die plek een nieuwe tumor. Dit noemen we een uitzaaiing of metastase.

Solide tumoren:
Carcinoom is een vorm van kanker, en wel de meest voorkomende. Sarcoom is een vorm van kanker, ook wel weke delen kanker genoemd, sarcomen gaan onder meer uit van spierweefsel en botten. Lymfoom is een vorm van kanker, ontstaat meestal in de lymfeklieren

Niet solide tumoren
Bloedkankers ontstaan door kwaadaardige groei van bloedcellen die zich via de bloedbaan verspreiden, deze cellen vormen geen gezwellen maar zijn net zo gevaarlijk als andere kankers. Leukemie is een voorbeeld van een bloedkanker.

Uitzaaiing of metastase
Als kankercellen door bloedbaan of lymfevat heen groeien kunnen er kankercellen loslaten die zich via bloedvaten of lymfevaten laten vervoeren naar elders in het lichaam. Zodra ze zich ergens hechten groeit er op die plek een nieuwe tumor. Dit noemen we een uitzaaiing of metastase. Een kankergezwel in bijvoorbeeld de longen kan zich via de bloedbaan uitzaaien naar de hersenen. Daar groeit dan een nieuwe tumor. Deze tumor in de hersenen is echter geen hersentumor maar een uitgezaaid longkankergezwel in de hersenen.

Dit is voor de arts erg belangrijk omdat iedere kanker een andere behandeling nodig heeft, bijvoorbeeld andere medicijnen. Het gezwel in de hersenen zal reageren op medicijnen tegen longkanker, niet op medicijnen tegen hersenkanker. Daarom is het vaststellen van welke kanker de patiënt precies heeft van groot belang.

Wat is kanker

Wat maakt een gezonde cel tot een kankercel?

Kanker is een verzamelnaam voor ruim honderd verschillende kwaadaardige ziekten. Al die honderd vormen verschillen sterk van elkaar. Zoals ik heb een ongeluk gehad nog niets zegt over hoe het met je gaat, zo zegt ik heb kanker nog niets over de ernst van de ziekte die je onder de leden hebt. Iedere vorm van kanker heeft een eigen behandeling nodig, en de kansen op genezing liggen tussen de één en negenennegentig procent. De ziekte kanker bestaat dus niet, heeft niet één oorzaak en zal ook nooit door middel van één geneesmiddel te genezen zijn.

De meeste soorten kanker ontstaan gedurende een langzaam proces dat tientallen jaren kan duren. Bijvoorbeeld door te roken worden de cellen in de longen aangetast waardoor er mutaties (veranderingen) in de celkernen ontstaan. Dit proces verloopt vaak heel geleidelijk en kan tientallen jaren in beslag nemen. Uiteindelijk kan dat na bijvoorbeeld 40 jaar, leiden tot een cel die dusdanig verandert dat hij zich zonder zich iets van zijn omgeving aan te trekken en ongecontroleerd gaat delen. Dit noemen we een kankercel. De cellen die bij zo'n deling ontstaan zijn gelijk aan de cel waar ze uit ontstaan zijn en zullen zich ook weer delen. Zo ontstaat een kankergezwel.

Een gezonde cel weet op een bepaald moment wat hij moet doen. De cel voert zijn taak uit, houdt daarbij rekening met zijn omgeving. Op een gegeven moment sterft de cel. Bij een kankercel gaan er 4 dingen fout.

  • een kankercel deelt zich ongeregeld en ongeremd, zonder rekening te houden met zijn omgeving.
  • kankercellen gaan niet tijdig dood maar blijven doorleven. (apoptose)
  • kankercellen worden niet volwassen en specialiseren zich niet in de taak die ze uit zouden moeten voeren. (ongedifferentieerde cellen)
  • kankercellen blijven niet op hun plaats maar gaan op reis door het lichaam. (embryonale migratiedrang)

Opeens ziek


Kanker begint dus met één cel die zich gaat delen zonder zich van iets wat aan te trekken. Als zo'n cel zich bijvoorbeeld iedere 100 dagen één maal deelt wordt het gezwel ieder jaar ongeveer drie keer zo groot. Het kan zo wel een jaar of negen duren voor het gezwel één centimeter groot is. De toekomstige patiënt voelt zich dan nog helemaal fit en gezond, er lijkt niets aan de hand en zelfs bij controles is zo'n klein gezwel niet altijd zichtbaar. Omdat de cellen zich echter om de 100 dagen blijven delen heeft het kankergezwel dan echter binnen één jaar een omvang van 10 centimeter. De kanker is dan levensbedreigend geworden.

De eerste negen jaar nergens last van en dan opeens ernstig ziek. Dit is vaak een moeilijk te begrijpen situatie. Het maakt tevens duidelijk dat van er vroeg bij zijn geen sprake kan zijn. Als de kanker of uitzaaiing wordt ontdekt is die al jaren in het lichaam aanwezig.

Toch staan artsen zelden geheel machteloos tegenover kanker. In ongeveer de helft van de gevallen is genezing mogelijk. Voor andere patiënten kan de kanker worden geremd of kunnen de gevolgen van de kanker worden verlicht. De patiënt kan dan mét kanker nog enkele maanden tot wel 30 jaar leven. De mogelijkheden voor de arts en patiënt hangen af van welk type kanker is geconstateerd en in welk stadium de kanker zich bevindt.

Hoe ernstig is mijn type kanker?

In het algemeen is het moeilijk hier iets over te zeggen.

De verschillende soorten kanker zijn erg verschillend. Het kan zijn dat de kanker nog in een voorstadium verkeert. Er kan ook sprake zijn van een overgangsvorm. Deze worden ook wel precarcinomen of carcinomen in situ genoemd.

Daarbij ontwikkelt een bepaald type kanker zich bij de ene patiënt anders dan bij de andere, en reageren patiënten heel verschillend op medicijnen. Nadat de diagnose kanker is vastgesteld moet er daarom nog veel werk verzet worden voordat er duidelijkheid ontstaat. Welke soort kanker is het precies, is er maar één tumor of is de ziekte

uitgebreid, hoe kwaadaardig is de tumor en wat is de best beschikbare behandeling. Ook de patiënt zelf speelt een grote rol. Kinderen worden anders behandeld dan ouderen, mensen met hartklachten anders dan verder gezonde mensen.

Van sommige typen kanker geneest bijna iedereen. Van andere typen vrijwel niemand. Het type kanker dat u heeft, maar ook het stadium waarin deze kanker zich bevindt is van cruciaal belang.

TNM systeem

Om aan te geven in welk stadium een kanker zich bevindt wordt wereldwijd de TNM en G aanduiding gebruikt. Voor iedere soort kanker staat heel specifiek vast hoe het systeem gebruikt moet worden. Artsen kunnen zo onderling snel informatie uitwisselen en patiënten kunnen precies weten hoe het er voor staat als ze dat willen weten. Zo werkt het systeem:


T. De letter T staat voor Tumor, hiermee wordt de moedertumor of primaire tumor bedoeld. Dit is het kankergezwel waarmee de ziekte begonnen is. Vaak wordt deze als eerste gevonden. Door een cijfer achter de letter T te zetten wordt aangegeven hoe ver de moedertumor plaatselijk is uitgebreid.

T1. De moedertumor wordt begrensd door het kapsel van het orgaan waar de tumor is aangetroffen.

T2. De moedertumor is door het kapsel van het aangedane orgaan gegroeid.

T3. De moedertumor is buiten het orgaan doorgegroeid in omliggende weefsels.

N. Om aan te geven in hoeverre de tumor is uitgezaaid via de lymfevaten naar de lymfeklieren wordt de letter N gebruikt, en wordt daar een cijfer aan toegevoegd. Dit noemen we ook wel loco regionale uitbreiding. Dat betekent dat de tumor wel is uitgezaaid maar dat de uitzaaiingen zich nog in de buurt van de moedertumor bevinden.


M. Om aan te geven of er wel of geen uitzaaiingen zijn gevonden die zich via het bloed hebben verspreid wordt de letter M gebruikt. Als er geen uitzaaiingen worden gevonden wordt M0 genoteerd, anders M+. Uitzaaiingen die via het bloed zijn verspreid worden ook wel uitzaaiingen op afstand genoemd. Ze kunnen ver van de moedertumor worden gevonden.

Kwaadaardigheidsgraad.

G. De letter G geeft de kwaadaardigheid of agressiviteit van de tumor aan. Dit is erg belangrijk om te kunnen bepalen hoe snel de kanker zich kan uitbreiden. Om de graad van kwaadaardigheid aan te geven wordt achter de letter G een cijfer geplaatst tussen 1 en 4.


T1 N0 M0, G1
De moedertumor zit binnen het kapsel van het orgaan waar de tumor in is aangetroffen. In de lymfe zijn geen uitzaaiingen aangetroffen en er zijn geen uitzaaiingen op afstand (via bloed) aangetroffen. De tumor is niet zo agressief.


T2 N1 M0, G1
De moedertumor is doorgegroeid in het kapsel van het orgaan waarin de kanker is aangetroffen, er is in (locale) lymfeklieren tumorweefsel aangetroffen en er zijn geen uitzaaiingen op afstand (via bloed verspreid) aangetroffen. De tumor is niet zo agressief.


T3 N0 M+, G4
De moedertumor is door het kapsel van het orgaan waarin de kanker is aangetroffen heen gegroeid in het omliggende weefsel, er is geen tumorweefsel aangetroffen in de lymfeklieren, er zijn wel uitzaaiingen op afstand (via bloed verspreid) aangetroffen. De tumor is zeer kwaadaardig en agressief.

Prognose

De prognose is over het algemeen het best als er geen uitzaaiingen worden aangetroffen en de moedertumor kan worden behandeld. Het kankerproces kan dan nog worden gekeerd. Een curatieve behandeling wordt ingezet, dit is een behandeling die gericht is op het genezen van de patiënt. De patiënt kan genezen worden verklaard als er na vijf jaren geen nieuwe tumor wordt gevonden.

De prognose is over het algemeen het slechtst als er veel uitzaaiingen worden aangetroffen. De aangetroffen uitzaaiingen zijn niet de enige uitzaaiingen die er zijn. Na verloop van tijd zullen steeds meer uitzaaiingen ontdekt worden. De behandeling zal bestaan uit het verzachten van de gevolgen van de kanker, een palliatieve behandeling. Totale genezing (5 jaar tumorvrij zijn) is niet meer mogelijk.

Ongeveer de helft van de kankerpatiënten wordt uiteindelijk genezen verklaard. De andere helft van de kankerpatiënten overlijdt. Soms binnen enkele maanden, soms na enkele jaren, soms na tientallen jaren. Uw specialist weet precies wat de statistieken zeggen over patiënten met uw type en stadium van kanker. Soms wordt de kanker zo goed gecontroleerd dat de patiënt uiteindelijk sterft aan iets anders dan kanker. Aan ouderdom, of aan een hartziekte. Als je niet genezen kunt van kanker wil dit dus nog niet zeggen dat je aan kanker zult sterven. Soms lukt het om van kanker een chronische ziekte te maken: gaat niet meer weg, maar blijft onder controle.

Omdat het precieze verloop van de ziekte nooit te voorspellen is zijn de cijfers gemiddelden. U heeft altijd fifty/fifty kans om nog een tijdje te blijven leven of te sterven. Die kans is voor iedereen gelijk. Ook voor gezonde mensen. De specialist vertelt u als u dat wilt het percentage patiënten dat uiteindelijk geneest van uw type en stadium kanker. Die cijfers zijn meestal precies bekend door onderzoek. Dat percentage ligt tussen de één en negenennegentig procent. Hoe groter uw kans hoe fijner het natuurlijk is.

Onzekerheid blijft totdat de patiënt na vijf of tien jaar "genezen" wordt verklaard. In zo'n genezingsproces wordt eerst de moedertumor verwijderd of dood gemaakt. Daarna is het afwachten of die moedertumor zich toch niet had uitgezaaid of dat er elders in het lichaam/het orgaan nóg een tumor is ontstaan. Voordat zo'n uitzaaiing zichtbaar wordt moeten er enkele jaren verstrijken. Na vijf of tien jaar tumorvrij gaat men er van uit dat er geen uitzaaiingen waren. De patiënt was direct genezen toen de moedertumor verwijderd werd!

Als er geen uitzaaiingen zijn geconstateerd en de moedertumor is verwijderd of gedood kan er dus genezing volgen. Het kan ook dat de kanker terug komt. Eigenlijk is dat fout gezegd. De uitzaaiingen worden zo groot dat ze zichtbaar of aantoonbaar worden. Maar ze waren al aanwezig toen de moedertumor werd verwijderd. Uitzaaiingen zijn tenslotte afkomstig van de moedertumor. Er was hoop dat de moedertumor de enige tumor was, helaas blijkt dat niet het geval. De kans op genezing wordt nu kleiner of zeer klein.

Soms is het wel mogelijk om mét kanker nog heel oud te worden. Uiteindelijk kun je dan toch nog van ouderdom sterven mét kanker, in plaats van áán kanker.


© 2007 - 2010 STICHTING NATIONAAL FONDS TEGEN KANKER