print mail
Bestraling (radiotherapie)

Prognose radiotherapie


De meeste mensen zeggen 'bestraling' maar in het ziekenhuis krijgt men de behandeling op de afdeling 'radiotherapie'. Bestraling is een veel toegepaste behandeling tegen kanker door verschillende soorten van straling, zoals radioactiviteit, röntgenstraling in zeer hoge doses en kobaltstraling. Bestraling kan zowel uitwendig als inwendig worden toegepast. Door het heel precies afstellen van de apparatuur wordt er zo min mogelijk schade aan het gezonde weefsel aangericht.

Bestraling wordt zowel ingezet als genezend middel, als aanvullende therapie als voor pijnbestrijding.

De prognose is over het algemeen het best als er geen uitzaaiingen worden aangetroffen en de moedertumor kan worden behandeld. Het kankerproces kan dan nog worden gekeerd. Een curatieve behandeling wordt ingezet, dit is een behandeling die gericht is op het genezen van de patiënt. De patiënt kan genezen worden verklaard als er na vijf jaren geen nieuwe tumor wordt gevonden.

De prognose is over het algemeen het slechtst als er veel uitzaaiingen worden aangetroffen. De aangetroffen uitzaaiingen zijn meestal niet de enige uitzaaiingen die er zijn. Na verloop van tijd zullen dan steeds meer uitzaaiingen worden ontdekt. De behandeling zal bestaan uit het verzachten van de gevolgen van de kanker, een palliatieve behandeling. Genezing is niet meer mogelijk.

Ongeveer de helft van de kankerpatiënten wordt uiteindelijk genezen verklaard. De andere helft van de kankerpatiënten overlijdt. Soms binnen enkele maanden, soms na enkele jaren, soms na tientallen jaren.

Soms wordt de kanker zo goed gecontroleerd dat de patiënt uiteindelijk sterft aan iets anders dan kanker. Aan ouderdom, of aan een hartziekte. Als je niet genezen kunt van kanker wil dit dus nog niet zeggen dat je aan kanker zult sterven. Soms lukt het om van kanker een chronische ziekte te maken: de kanker gaat niet meer weg, maar blijft onder controle.




Curatieve behandeling:

Er is volledige genezing mogelijk, de therapie wordt gericht op het volledig laten verdwijnen van de kanker.

Pas na vele jaren zal duidelijk zijn of de curatieve behandeling is geslaagd. Meestal wordt de patiënt genezen verklaard als 5 jaar na het bestrijden van de moedertumor, geen uitzaaiingen zijn gevonden.

Palliatieve behandeling:

Genezing is niet mogelijk. De therapie bestaat uit het proberen de gevolgen van de kanker te verzachten, pijn te bestrijden en het leven zo aangenaam mogelijk te verlengen. Soms kan dat enkele maanden, soms lukt dat vele jaren. De kanker zal echter niet meer volledig verdwijnen.

Adjuvante behandeling:

Adjuvant betekent ondersteunend, met een adjuvante therapie wordt dus een ondersteunende behandeling bedoeld. Vaak is er een heel team van specialisten met een kankerpatiënt bezig. Chirurgen, internisten, radiotherapeuten, enzovoorts. De specialist die de belangrijkste behandeling doet is de hoofdbehandelaar, die specialist neemt de verantwoordelijk voor het gehele behandelplan en is aanspreekpunt voor de patiënt. Bijvoorbeeld de chirurg. Alle andere behandelingen, zoals de radiotherapie zijn dan aanvullend of adjuvant.

Wat doet radiotherapie?


Radiotherapie is een plaatselijke behandeling. Er wordt straling, die van radioactiviteit komt, door het lichaam gestuurd. Deze straling beschadigt het genetisch materiaal van de cel. De cel heeft daar past last van als hij wil gaan delen. Zodra de cel probeert te delen sterft hij, en mislukt de celdeling. Gezonde lichaamscellen worden net als de kankercellen beschadigd tijdens de radiotherapeutische behandeling. Eigenlijk gebeurt er dus niets direct tijdens de bestraling. Het effect op de bestraling, het sterven van tumorcellen, komt pas later. Alleen bij zeer snel delende tumoren kan de reactie acuut zijn. Een gemiddelde tumorcel deelt zich ongeveer iedere 100 dagen. Agressievere tumoren delen vaker, andere tumoren groeien weer langzamer.

De bestraling wordt zo veel mogelijk gericht op de tumor. Daarbij wordt er vanuit verschillende kanten bestraald om de tussenliggende gezonde cellen zo weinig mogelijk te bestralen. Kwetsbaar weefsel, zoals het hart, wordt zo veel mogelijk ontzien.



Moderne, beeldgestuurde of stereotactische bestralingstechnieken maken het mogelijk om zoveel mogelijk gericht te bestralen waardoor er veel minder schade aan het omliggende weefsel wordt toegebracht en daarmee kan de bestralingsdosis op de tumor ook worden verhoogd waardoor de behandeling effectiever is.

Er worden verschillende bestralingsschema’s gehanteerd, afhankelijk van het deel van het lichaam dat moet worden bestraald. Soms wordt de behandeling met tussenpozen gegeven, bijvoorbeeld steeds met een week tussen de bestralingen. Zo krijgt gezond weefsel steeds even tijd om te herstellen. Deze herstelperiode is de reden dat er vaak een hele serie bestralingen moet worden ondergaan, met steeds een aantal dagen tussen de behandelingen.

Kankercellen delen zich sneller dan gewone lichaamscellen. Van deze eigenschap maakt radiotherapie gebruik. Hoe vaker tumorcellen zich proberen te delen, des te groter is de tumorsterfte na radiotherapie.

Ongeveer de helft van de kankerpatiënten komt met radiotherapie in aanraking.

Genezen door bestraling, curatieve radiotherapie


Ondersteunende bestraling, adjuvante radiotherapie

  • alleen bestraling/radiotherapie met het doel de patiënt volledig te (gaan) genezen
  • van de 100 kankerpatiënten genezen er 10 door curatieve radiotherapie alleen.

Bestraling wordt gebruikt om tumorweefsel dood te laten gaan. Bij een beperkte uitbreiding van de ziekte van Hodgkin en enkele typen kanker met kleinere tumoren die niet zijn uitgezaaid, kan bestraling de patiënt genezen. Meestal wordt bestraling ingezet om de tumor te verkleinen, de groei te remmen of om de acute problemen die een tumor geeft te verlichten. In al deze gevallen voelt de patiënt zich er wel beter door, maar wordt de patiënt er niet meer helemaal beter van.

Vaak wordt bestraling ingezet als onderdeel van een bredere behandeling. De bestraling ondersteunt dan bijvoorbeeld een chirurgische ingreep. Bij orgaansparende operaties speelt radiotherapie een essentiële rol. Als een tumor in een orgaan nog niet zo groot is kan in een aantal gevallen het orgaan worden gespaard. Nadat de tumor uit het orgaan verwijderd is door de chirurg volgt de bestraling. De bestraling is nodig om mogelijk stukjes achtergebleven tumor, of mogelijk aanwezige beginnetjes van nieuwe tumoren, te doden. Op deze manier kan radiotherapie bijdragen aan de volledige genezing van de patiënt.

Bestraling als ondersteunende nabehandeling, adjuvante radiotherapie

De chirurg zal proberen alle kankercellen te verwijderen gedurende de operatie. Soms is de tumor zo ingewikkeld gegroeid dat de chirurg niet alle tumorcellen kan verwijderen. Dan is een nabehandeling nodig. Maar ook als de chirurg denkt dat alle tumorcellen zijn verwijderd kan een nabehandeling noodzakelijk zijn. Voor alle zekerheid, voor als er toch nog tumorcellen zijn achtergebleven die opnieuw kanker kunnen veroorzaken. Omdat de chirurg niet weet bij welke patiënt nog tumorcellen zijn achtergebleven en bij welke niet, wordt soms aan alle patiënten een nabehandeling aangeboden. Onderzoek heeft dan aangetoond dat nabehandelen een beter resultaat oplevert dan niet nabehandelen.

Vervelend is wel dat een aantal patiënten die na de operatie al geen tumorcellen meer hadden toch een nabehandeling moeten ondergaan! Voor deze patiënten is de nabehandeling eigenlijk zinloos. Maar omdat we van tevoren niet kunnen weten voor welke patiënt de behandeling wel of niet zinloos is, ondergaan dan alle patiënten de nabehandeling.

Een nabehandeling met radiotherapie is ervoor bedoeld om eventueel achtergebleven tumorresten op te ruimen. Anders zal er uit de achtergebleven tumorcellen een nieuwe kanker kunnen groeien.De radiotherapie heeft zeer beperkte tot ernstige bijwerkingen, dit is afhankelijk van de locatie van de tumor en de benodigde stralingsdosis.

Een groot onderzoek bijvoorbeeld onder borstkankerpatiënten heeft laten zien dat radiotherapie, na een bepaalde operatie, de juiste behandeling was voor deze groep vrouwen. Uit het onderzoek bleek dat bij vrouwen die waren nabehandeld met bestraling de borstkanker minder vaak terugkwam dan bij vrouwen die de bestraling niet hadden gekregen.

Tevens bleek uit het onderzoek dat vrouwen die waren bestraald aan de linkerzijde vaker last kregen van hartfalen dan vrouwen die niet waren bestraald. Dus de nabehandeling nam ook levensbedreigende risico's met zich mee. Echter, alles opgeteld bleek dat door de nabehandeling met bestraling meer vrouwen beter werden.

Als het resultaat van het onderzoek zou zijn geweest dat er meer vrouwen overleden aan hartfalen dan er door de bestraling werden genezen, dan zou de nabehandeling met bestraling niet meer worden aangeboden. Doch het individuele risico op hartfalen blijft wel degelijk bestaan en het zal daarom altijd een individuele afweging zijn van de persoonlijke conditie welke adjuvante behandeling er kan worden ingezet.

Bestraling als pijnbestrijding, palliatieve radiotherapie

Als de kanker te ver is om nog te kunnen genezen wordt bestraling soms ingezet om de pijn die een tumor veroorzaakt te bestrijden, of om bijvoorbeeld een afsluiting in de (slok)darm te verhelpen. Ook bij uitzaaiingen in de botten kan bestraling verlichting geven. Vaak wordt er voor gekozen om het gewenste effect te behalen in één of enkele behandelingen. De gebruikte dosis bestraling is dan hoger dan bij een normale behandeling. Omdat het vaker patiënten betreft die in een latere fase van hun ziekte zijn kan de keuze voor een groot aantal behandelingen een te grote belasting voor de patiënt betekenen. Daarbij kunnen de bijwerkingen op langere termijn de patiënt vaak geen schade meer doen omdat de prognose is dat de patiënt voordien overleden zal zijn.

Verschillende soorten radiotherapie

  • brachytherapie
  • teletherapie
  • tomotherapie
  • tijdens een operatie
  • gecombineerd met hyperthermie

Bestraling: Brachytherapie

Bij deze vorm van bestraling wordt er radioactief materiaal in of dichtbij de tumor geplaatst (brachy betekent kort). Bijvoorbeeld door het gebruik van holle naalden (of applicators) die in of dicht bij de tumor worden ingebracht. Op deze manier doet de bestraling minder schade aan het omliggende gezonde weefsel, al kan er wel gezond weefsel in de buurt van het ingebrachte materiaal beschadigd worden. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een bestralingsapparaat dat het radioactieve materiaal in de applicators plaatst, moet de patiënt de bestraling alleen ondergaan in een afgeschermde ruimte. Praten met de arts of behandelaar blijft echter mogelijk! De bestralingstijd is doorgaans langer, soms wel langer dan 24 uur. Na elke bestralingssessie wordt het radioactieve materiaal weer uit de applicator verwijderd. Tussendoor kan de behandeling wel tijdelijk gestopt worden.

Na afloop van de totale behandeling worden de applicators weer uit het lichaam verwijderd. Door deze werkwijze kan zo’n behandeling een tot zeven dagen duren.

Ook bestaat er brachytherapie waarbij radioactief materiaal direct in het lichaam wordt ingebracht en daar aanwezig blijven. Dit wordt onder andere toegepast bij de behandeling van prostaatkanker. Dit radioactief materiaal heeft een relatief korte halfwaardetijd. Dit betekent dat het materiaal na verloop van tijd (weken tot maanden) geen straling meer afgeeft. Veel radioactieve stoffen hebben namelijk juist het kenmerk dat ze heel lang straling blijven afgeven, tot vele duizenden jaren.

Bestraling: Teletherapie

Dit is de meest gebruikte vorm van bestraling. Het is bestraling op afstand, tele betekent ver. De patiënt moet de bestraling alleen ondergaan in een afgeschermde ruimte. Praten met de arts of behandelaar blijft echter mogelijk! Via een apparaat worden stralen op het lichaam gericht. Deze stralen worden steeds vanuit een andere hoek op de tumor gericht zodat gezond weefsel zo min mogelijk schade oploopt. Dit gebeurt door de bestralingsvelden op het lichaam te tekenen. Bij bestralingen van het hoofd of nekgebied wordt een masker gebruikt, waarbij de niet te bestralen gedeelten worden afgedekt. De bestralingstijd is doorgaans kort, bijvoorbeeld één of enkele minuten. De behandelingen vinden meestal in serie plaats, bijvoorbeeld iedere week 3 bestralingen, drie weken achter elkaar.

Bestraling:Tomotherapie

Een nieuwe bestralingsmethode is de tomotherapie. Deze vorm van bestraling is vooral geschikt wanneer zeer nauwkeurig bestraald moet worden. Uit een onderzoek bij 42 patiënten die allen multipele metastasen hadden (waarvan 21 met botmetastasen), bleek dat tomotherapie een veilige en effectieve bestralingsmethode is. Bij 76% van de mensen met botmetastasen verminderde de pijn. Tomotherapie kan toegepast worden om meerdere uitzaaiingen tegelijk te bestralen. Als veel botweefsel (met rood beenmerg) moest worden bestraald werd de kans op bijwerkingen zoals een ernstige verlaging van het aantal witte bloedcellen wel steeds groter. Toch lijkt deze behandeling dus een plaats te verdienen in de palliatieve behandelingsmogelijkheden.

Bestraling: In combinatie met hyperthermie

De term hyperthermie wordt voor veel totaal verschillende behandelingen gebruikt. Voor al deze behandelingen geldt dat de temperatuur in het lichaam wordt opgewarmd. Dit kan plaatselijk zijn, of voor het hele lichaam gelden. In het laatste geval wordt er eigenlijk een situatie van koorts opgewekt. Voor een uitgebreidere beschrijving van de verschillende vormen van deze therapie klikt u hier op: hyperthermie.

Bij de combinatie van hyperthermie en bestraling gaat het om de plaatselijk opwarming van de te behandelen tumor. Deze wordt verwarmd tot 42 à 44 C. Daarna volgt de bestraling. Cellen die worden verwarmd zijn gevoeliger voor de bestraling zodat de bestralingsbehandeling een
beter resultaat geeft. Het toepassen van deze combinatiebehandeling is ingewikkeld omdat de temperatuur van het bestralingsgebied zo constant mogelijk moet zijn tijdens de behandeling. De techniek kan daarom lang niet in alle gevallen worden toegepast. Omdat het om een vrij nieuwe techniek gaat moet de waarde van de behandeling op de langere termijn nog worden afgewacht.

Bestraling: Tijdens een operatie (intra-operatief)

Soms kan een tumor alleen goed met bestraling worden behandeld tijdens een operatie. Dit is een ingewikkelde procedure omdat de chirurg voor zijn eigen veiligheid geen bestraling mag ontvangen. Het voordeel van deze manier van bestralen is dat organen die erg gevoelig zijn voor bestraling, zoals bijvoorbeeld de eierstokken, gedurende een operatie even opzij gelegd kunnen worden zodat ze geen straling ontvangen en niet beschadigd worden. Natuurlijk moeten de voordelen van deze wijze van bestralen opwegen tegen de nadelen die een operatie met zich meebrengt.


Bijwerkingen bestraling

Radiotherapie kan milde tot zeer ernstige bijwerkingen hebben. Sommige bijwerkingen treden wat sneller na de behandeling op, sommige komen veel later. Het is belangrijk om te beseffen dat de bijwerkingen niets te maken hebben met het resultaat van de bestraling op de tumor. Als de huid rood of pijnlijk wordt betekent dit niet dat de bestraling minder goed uitwerkt op de tumor.

Bijwerkingen: Geslachtsorganen
Door irritatie van de slijmvliezen van de blaas, plasbuis, vagina en vulva kan het plassen pijnlijk zijn en kan er soms steeds maar een klein beetje worden geplast.

Bijwerkingen: Opnieuw kanker
Door het ondergaan van röntgenstraling of ioniserende straling wordt de kans op kanker vergroot in het gebied waar de straling wordt gegeven. Er is sprake van een optel-effect. Hoe vaker en sterker de straling, hoe groter het risico. Vroeger werd meer straling gebruikt dan tegenwoordig. Toch is het droevige effect van een succesvolle bestralingsbehandeling van een tumor soms het ontstaan van een nieuwe tumor. Meestal komen de nieuwe tumoren na een tien- of twintigtal jaren tevoorschijn.

In een onderzoek naar 3817 jonge vrouwelijke Hodgkin patiëntes die bestraling in de borststreek kregen tussen 1965 en 1994, werd onderzocht of de bestraling latere gevolgen had gehad. Bij 105 patiënten werd borstkanker gevonden die gerelateerd kon worden aan de vroegere behandeling. Het risico is dus relatief klein, maar zeer zeker aanwezig. (Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2003 nummer 49 bladzijde 2445)

Bijwerkingen: Stralingsletsel
Door de bestraling kunnen kleine bloedvaten beschadigd worden en kan er bindweefselvorming optreden. Vaak komen deze problemen pas na jaren aan de oppervlakte.

Ook zijn bijwerkingen van de bestralingen ten gevolge van de beschadigde bloedvaten gemeld waardoor soms pas na jaren een beroerte ontstaat. Dit wordt vooral gemeld bij bestralen in het hoofd en hals gebied. Ook kunnen door bestraling in het hersengebied epileptische aanvallen ontstaan. Naarmate mensen die succesvol zijn behandeld langer leven komen er door deze behandeling soms pas na jaren nog schadelijke bijwerkingen naar voren.

Bijwerkingen: Onvruchtbaarheid
Door bestraling in het onderlichaam kan onvruchtbaarheid optreden. Door voor de behandeling sperma of eicellen in te vriezen kan er, als er inderdaad onvruchtbaarheid optreedt, soms toch nog een kind worden verwekt met de eigen cellen.

Bijwerkingen: Moeheid
Kankerpatiënten noemen moeheid zeer vaak als bijwerking van de behandeling. Er is niet veel aan te doen. Vaak gaat de vermoeidheid na enige tijd over, soms houdt deze jaren aan. Moeheid is een miskende bijwerking, de gevolgen van het voortdurend moe voelen kunnen zeer ernstig zijn. Moeheid maakt het lijf en leven soms loodzwaar.

Bijwerkingen: Huid
Een beschadiging van de huid begint doorgaans twee à vier weken na de bestralingsbehandeling. De huis wordt rood en gaat pijn doen, veelal klachten vergelijkbaar met het verbrand zijn door de zon. De verschijnselen kunnen verergeren. De huid kan gaan schilferen en er kunnen blaren of eczeem ontstaan. Als de huid ernstig reageert op de bestraling moet de bestraling onderbroken worden.

Voorzichtig verzorgen van de huid gedurende en na de bestraling is aan te raden. Gebruik geen zeep of parfums en houdt de kapotte huid zoveel mogelijk droog. Er wordt ook wel levertraanzalf tijdens en na de bestraling van de huid aangeraden. Over het algemeen kan de patiënt die geen ernstige huidproblemen heeft gehad later (minimaal pas na een jaar) net als ieder ander weer (voorzichtig, net als ieder ander) van de zon genieten.

Bijwerkingen: Haarverlies
Doordat de haarwortelzakjes door de bestraling kunnen beschadigen kan het haar op een plek die bestraald is uit gaan vallen. Het is dus niet zo als bij sommige soorten chemotherapie dat overal op het lichaam alle haar uitvalt.

Alleen op bestraalde plaatsen, en niet altijd, het is afhankelijk van de hoeveelheid straling die de huid op een bepaalde plaats ontvangt. En natuurlijk verschilt ook deze bijwerking sterk per patiënt. De haren komen na een bepaalde periode weer terug, slechts in een enkel geval is de haaruitval blijvend.

Bijwerkingen: Misselijkheid
De patiënt kan misselijk worden na bestraling van de hersenen of de bovenbuik. In het eerste geval kunnen de misselijkheidgevoelens worden bestreden met een antibraakmiddel. Bij bestraling van de bovenbuik kan het slijmvlies in de maag geprikkeld zijn. Van tevoren veel drinken en de maag enkele uren rust geven na de behandeling kan de misselijkheid verminderen.

Bijwerkingen: Droge mond
Een droge mond is het gevolg van beschadiging van de speekselklieren. Ook kunnen smaak en reuk afnemen en smaken dingen soms anders dan eerst. Deze bijwerkingen kunnen kort maar ook maandenlang aanhouden. De tanden kunnen worden aangetast door de bestraling.

Bijwerkingen: Slijmvliesontsteking in keel, mond en slokdarm
Irritatie of ontsteking van de slijmvliezen in keel en mond wordt ook wel mucositis genoemd. Dit kan zeer pijnlijk zijn en is moeilijk te behandelen. Vaak treedt ook een infectie op met de Candida albicans schimmel, gekenmerkt door een wit beslag op een rood slijmvlies. Zeer regelmatig spoelen met kamillethee of chloorhexidine houdt de mond schoon en verzacht de klachten. Candida moet specifiek behandeld worden. Het roken, drinken van alcohol en koolzuurhoudende dranken en het eten van scherp gekruid voedsel wordt afgeraden.

Door ontsteking van de slijmvliezen van de slokdarm kunnen slikklachten ontstaan.

Bijwerkingen: Darmproblemen
Door beschadiging van dunne en dikke darm kunnen een scala aan darmklachten ontstaan zoals diarree, obstipatie, slijm en bloedverlies en buikpijn.

Per dag een groot aantal kleine maaltijden in plaats van een paar grote geeft soms verlichting. Ook het eten van veel producten met grove vezels en het vermijden van gasvormende producten kan helpen. Vasten helpt niet. Bij ernstige en aanhoudende diarree moet een arts worden geraadpleegd voordat de patiënt uitdroogt.

Wat te doen tegen de bijwerkingen

Veel drinken

Gezond eten

Het lichaam moet na een bestraling het dood gestraalde weefsel opruimen. Om het natuurlijk reinigingsproces van het lichaam een handje te helpen is het raadzaam veel water en groene thee te drinken. Daarmee ondersteun je de werking van de nieren.
Algemeen kan worden gesteld dat voor iedereen die wordt bestraald, goede voeding kan bijdragen aan een beter herstel. Gezonde voeding is rijk aan verse groenten en fruit en goede vetten. Lees voor verdere informatie over voeding ons voedingadvies

Vitamines en mineralen

Sommige artsen zijn huiverig in het voorschrijven van antioxidanten, zoals vitamines en mineralen bij iemand die moet worden bestraald. Radiotherapie is namelijk effecties omdat het in het gebied van de tumor zorgt voor een overdosis aan vrije radicalen waardoor het tumorweefsel wordt beschadigd en de tumor wordt geremd in de celdeling. Uit diverse onderzoeken blijkt dat aanvulling met antioxidanten een grotere effectiviteit van de bestraling laat zien met juist minder bijwerkingen.

Vitamine A
Uit onderzoek komt naar voren dat vitamine A de kankercel gevoeliger maakt voor bestraling. Dit gunstige effect van vitamine A wordt voor een deel verklaard vanuit een immuun stimulerend effect.
Bètacaroteen
Bij mensen die bestraald werden in het mondgebied bleek dagelijkse aanvulling met 75mg bètacaroteen een duidelijke afname te geven van de door radiotherapie veroorzaakte ontsteking van het mondslijmvlies. Mogelijk is het natuurlijke caroteen, zoals in wortels, effectiever dan het synthetische (in pilvorm).

Vitamine C
Vitamine C is een zeer sterke antioxidant die in elk geval onmisbaar is voor het verhogen van de weerstand van het lichaam. Uit onderzoek blijkt dat mensen die radiotherapie ondergaan en 5 keer per dag 1 gram vitamine C krijgen, beduidend meer effect van de bestraling hebben en bovendien minder last van de bijwerkingen. Mogelijk kan vitamine C bovendien ons beenmerg beschermen tegen straling.

Vitamine E
Vitamine E heeft een remmend effect op de celdeling van kankercellen en versterkt het effect van radiotherapie zonder invloed uit te oefenen op de gezonde weefsels. Soms ontstaat als gevolg van de bestraling verbindweefsel (fybrosis) in het bestraalde gebied. Vitamine E heeft een gunstig effect op vermindering van deze bijwerking.

Selenium
Onderzoek van een aantal Duitse KNO-artsen laat zien dat aanvulling met het mineraal selenium voorafgaand aan bestraling leidt tot minder ernstige bijwerkingen: minder oedeemvorming, kortademigheid en necrose (afsterven van lichaamsweefsel en cellen).

Melatonine
Er is veel onderzoek gedaan naar het effect van melatonine bij bestraling. Daaruit blijkt dat melatonine kan helpen om de bijwerkingen tegen te gaan en bovendien kan zorgen voor een goede nachtrust. Het is een sterke antioxidant voor ons zenuwstelsel. Sommige onderzoeken laten zelfs een duidelijke hogere overlevingskans zien dankzij de combinatie van radiotherapie en het gebruik van melatonine.

Multi-vitamine

Samenvattend kunnen wij stellen dat er geen reden is voor de angst dat vitamines en mineralen en andere antioxidanten de werking van de radiotherapie teniet zouden doen. U kan dus heel goed tijdens en na de bestraling een goede, uit natuurlijke middelen samengesteld, multi-vitamine preparaat gebruiken.
Wij raden u wel altijd aan om indien u tot een hogere dosering wilt overgaan dit altijd in overleg met uw arts te doen of een bezoek te brengen aan een arts die is gespecialiseerd in orthomoleculaire geneeskunde of een niet-toxische-tumor-arts. Zie elders op de site voor adressen van deze artsen
© 2007 - 2010 STICHTING NATIONAAL FONDS TEGEN KANKER