print mail
Chemotherapie

Iedere chemotherapie tegen een kankersoort kent zijn eigen specifieke samenstelling van cytostatica. De cytostatica remmen de celdeling in het lichaam en daarmee de groei van de tumor. Helaas werken de cytostatica niet zo heel selectief en tasten niet alleen de kankercellen maar ook gewone cellen aan zoals die van de haarwortels en de darmen. Het is duidelijk dat door de chemotherapie het immuunsysteem sterk wordt aangetast en juist in een periode dat het lichaam eigenlijk zijn immuunsysteem het hardst nodig heeft.
Het is raadzaam om bij de oncoloog na te vragen uit welke cytostatica de chemotherapie wordt samengesteld. Er bestaan natuurlijke, niet schadelijke stoffen die de werkzaamheid van de cytostatica kunnen ondersteunen of de schade van de cytostatica kunnen beperken.
Het mineraal selenium beschermt bijvoorbeeld de nieren tegen het veel gebruikte cytostaticum cisplatine en gluthation vermindert de neurologische bijwerkingen. Vitamine-C zou de gunstige werking van cisplatine bij borstkanker kunnen versterken. Vitamine E zou bijvoorbeeld het hart tegen de schadelijke werking van het cytostaticum adriamycine kunnen beschermen. Dergelijke complementaire ondersteuning moet altijd in overleg met de behandelend arts.

Wat is chemotherapie ?

Bij chemotherapie krijgt de patiënt een chemotherapeuticum of chemomedicijn toegediend. Dit is een chemisch middel dat een remmende (cytostatische) of dodelijke (cytolytische) werking heeft op tumorcellen. Vaak bestaat de behandeling uit een chemokuur, een aantal opvolgende behandelingen met een chemotherapeuticum.

Chemotherapie is meestal een systemische behandeling. De toegediende stof verspreidt zich door het hele lichaam en bereikt iedere lichaamscel. Zowel alle tumorcellen als alle gezonde cellen worden bereikt. In dit gegeven ligt zowel de kracht als de zwakte van de behandeling:

  • kankercellen kunnen niet aan de chemotherapie ontsnappen, ook onzichtbare en onvindbare micro-metastasen kunnen worden vernietigd.
  • omdat gezonde cellen ook worden bereikt mag de therapie niet dusdanig giftig en schadelijk zijn dat er te veel schade aan gezonde cellen optreedt.

Er zijn meer dan 30 verschillende medicijnen die onder de noemer chemotherapie vallen. De chemomedicijnen zijn middelen die een remmende of dodelijke werking hebben op tumorcellen. Voor een aantal chemomedicijnen worden giftige stoffen uit de natuur gebruikt, andere worden volledig chemisch gemaakt.

De chemomedicijnen worden meestal per infuus of injectie toegediend. Er zijn ook chemomedicijnen in pilvorm. Het medicijn verspreidt zich via het bloed door het gehele lichaam.

Prognose chemotherapie

De prognose is over het algemeen het best als er geen uitzaaiingen worden aangetroffen en de moedertumor kan worden behandeld. Het kankerproces kan dan nog worden gekeerd. Een curatieve behandeling wordt ingezet, dit is een behandeling die gericht is op het genezen van de patiënt. De patiënt kan genezen worden verklaard als er na vijf jaren geen nieuwe tumor wordt gevonden.

De prognose is over het algemeen het slechts als er veel uitzaaiingen worden aangetroffen. De aangetroffen uitzaaiingen zijn meestal niet de enige uitzaaiingen die er zijn. Na verloop van tijd zullen dan steeds meer uitzaaiingen worden ontdekt. De behandeling zal bestaan uit het verzachten van de gevolgen van de kanker, een palliatieve behandeling. Genezing is niet meer mogelijk.

Ongeveer de helft van de kankerpatiënten wordt uiteindelijk genezen verklaard. De andere helft van de kankerpatiënten overlijdt. Soms binnen enkele maanden, soms na enkele jaren, soms na tientallen jaren.

Soms wordt de kanker zo goed gecontroleerd dat de patiënt uiteindelijk sterft aan iets anders dan kanker. Aan ouderdom, of aan een hartziekte. Als je niet genezen kunt van kanker wil dit dus nog niet zeggen dat je aan kanker zult sterven. Soms lukt het om van kanker een chronische ziekte te maken: de kanker gaat niet meer weg, maar blijft onder controle.

Curatieve behandeling

Adjuvante behandeling

Er is volledige genezing mogelijk, de therapie wordt gericht op het volledig laten verdwijnen van de kanker.

Pas na vele jaren zal duidelijk zijn of de curatieve behandeling is geslaagd. Meestal wordt de patiënt genezen verklaard als 5 jaar na het bestrijden van de moedertumor, geen uitzaaiingen zijn gevonden.

Palliatieve behandeling

Genezing is niet mogelijk. De therapie bestaat uit het proberen de gevolgen van de kanker te verzachten, pijn te bestrijden en het leven zo aangenaam mogelijk te verlengen. Soms kan dat enkele maanden, soms lukt dat vele jaren. De kanker zal echter niet meer volledig verdwijnen.
Adjuvant betekent ondersteunend, met een adjuvante therapie wordt dus een ondersteunende behandeling bedoeld. Vaak is er een heel team van specialisten met een kankerpatiënt bezig. Chirurgen, internisten, radiotherapeuten, enzovoorts. De specialist die de belangrijkste behandeling doet is de hoofdbehandelaar, die specialist neemt de verantwoordelijk voor het gehele behandelplan en is aanspreekpunt voor de patiënt. Bijvoorbeeld de chirurg. Alle andere behandelingen, zoals de chemotherapie zijn dan aanvullend of adjuvant.

Wat doet chemotherapie?

Ieder chemomedicijn heeft een eigen werking. Het ene chemomedicijn pakt de eerste fase van de celdeling van de kankercel aan, terwijl een ander de stofwisseling van de kankercel verstoort. Andere chemomedicijnen pakken de vorming van bloedvaten in de tumor aan. Om zo effectief mogelijk te zijn worden de verschillende soorten chemomedicijnen in veel gevallen in combinatie gegeven. Vaak werkt een bepaald chemomedicijn na een aantal kuren niet goed meer. De tumor is dan resistent geworden tegen het gebruikte chemomedicijn.

In alle gevallen is de bedoeling van de chemomedicijnen om zo veel mogelijk tumorweefsel te doden. Het resultaat kan zijn dat de tumor(en) veel kleiner worden, soms zelfs zo klein dat ze niet meer aantoonbaar aanwezig zijn. Kleine tumoren en/of micrometastasen kunnen door een chemokuur volledig dood gemaakt worden. Over het algemeen verdwijnt een tumor niet helemaal door een chemokuur alleen. Een aantal tumorcellen zijn niet gevoelig voor het chemomedicijn en blijven in leven.


Ondanks dat veel tumorweefsel wel sterft beginnen de tumorcellen die de chemokuur overleven opnieuw met delen en zo groeit de tumor opnieuw uit. Ook kunnen de tumorcellen soms ongevoelig worden voor het chemotherapeuticum, zoals bacteriën dat ook kunnen voor bepaalde antibiotica.

Veel chemotherapeutica kunnen alleen cellen doden die in een bepaalde fase van hun celcyclus zijn. En niet alle cellen zijn op hetzelfde moment in dezelfde fase. Daarom moeten chemokuren vaak gedurende langere tijd gegeven worden en herhaald worden. Ook worden vaak combinaties van diverse chemotherapeutica tegelijk gegeven, om op meerdere fronten tegelijk de kankercellen aan te pakken.

Chemotherapie staat bekend om de soms zeer ernstige bijwerkingen. Zie hiervoor bijwerkingen-chemotherapie.

Vraag uw arts om de behandelwijzer chemotherapie die in het ziekenhuis verstrekt wordt.

Genezen door chemotherapie, curatieve chemotherapie

  • alleen chemomedijcijnen met het doel de patiënt volledig te (gaan) genezen.
  • van de 100 kankerpatiënten genezen er 4 door curatieve chemotherapie alleen.
Chemomedicijnen kunnen een aantal vormen van kanker volledig uitschakelen. Het betreft een aantal vormen van kanker die bij kinderen voorkomen, bepaalde sarcomen, sommige kankers van de lymfeklieren of lymfoïde weefsels en testistumoren.

Ondersteunende chemotherapie, adjuvante chemotherapie

Vaak wordt chemotherapie ingezet als onderdeel van een bredere behandeling. De chemotherapie ondersteunt dan bijvoorbeeld een chirurgische ingreep.

De chirurg zal proberen alle kankercellen te verwijderen gedurende de operatie. Soms is de tumor zo ingewikkeld gegroeid dat de chirurg niet alle tumorcellen kan verwijderen. Dan is een nabehandeling nodig. Maar ook als de chirurg denkt dat alle tumorcellen zijn verwijderd kan een nabehandeling noodzakelijk zijn. Voor alle zekerheid, voor als er toch nog tumorcellen zijn achtergebleven die opnieuw kanker kunnen veroorzaken. Omdat de chirurg niet weet bij welke patiënt nog tumorcellen zijn achtergebleven en bij welke niet, wordt soms aan alle patiënten een nabehandeling aangeboden. Onderzoek heeft dan aangetoond dat nabehandelen een beter resultaat oplevert dan niet nabehandelen.

Vervelend is wel dat een aantal patiënten die na de operatie al geen tumorcellen meer hadden toch een nabehandeling moeten ondergaan! Voor deze patiënten is de nabehandeling eigenlijk zinloos. Maar omdat we van tevoren niet kunnen weten voor welke patiënt de behandeling wel of niet zinloos is, ondergaan dan alle patiënten de nabehandeling.

Een nabehandeling met chemotherapie is ervoor bedoeld om eventueel achtergebleven tumorresten op te ruimen. Anders zal er uit de achtergebleven tumorcellen een nieuwe kanker kunnen groeien. De chemotherapie kan zeer beperkte tot zeer ernstige bijwerkingen hebben, dit is afhankelijk van de gebruikte chemomedicijnen en van de dosering.

Chemotherapie als ondersteunende nabehandeling, adjuvante chemotherapie

Nadat de chirurg de tumor heeft verwijderd kan het zijn dat alle kankercellen van de moedertumor zijn verwijderd. Toch wordt de patiënt dan voorgesteld om een nabehandeling met chemotherapie (of bestraling) te ondergaan. Veel patiënten zien op tegen een dergelijke nabehandeling die in sommige gevallen zinloos is. Want de chirurg heeft toch zijn best gedaan om alle kankercellen te verwijderen! Waarom dan toch een nabehandeling? De reden hiervoor is dat inmiddels veel ervaring is opgedaan met hoe groot de kans dat de tumor al (microscopisch) uitgezaaid was op het moment van verwijderen. Voor vele tumoren is dit inmiddels goed bekend, afhankelijk van het stadium en de agressiviteit.

Zo blijkt dat 50% van de kleincellige longcarcinomen (een bronchuscarcinoom) op het moment van operatie al uitgezaaid is, ook al

kunnen de uitzaaiingen vaak nog niet worden aangetoond. Nabehandeling met chemotherapie verhoogt dan de genezingskans en vertraagt in ieder geval het uitgroeien van de uitzaaiingen.


Aan de andere kant kan een (na)behandeling met chemotherapie of bestraling weer andere risico's met zich meebrengen. Zo is gebleken dat ook chemotherapie de kans op het ontstaan van nieuwe kankers iets verhoogt, zij het vermoedelijk minder dan door bestraling. Dit maakt duidelijk dat het maken van een behandelingsprotocol, en het kiezen van de juiste behandeling, altijd een kwestie van afwegen is.

Chemotherapie als remmende,verzachtende behandeling, palliatieve chemotherapie

Palliatieve therapie is gericht op verhoging van de kwaliteit van leven voor de resterende tijd die de patiënt nog heeft. Die tijd is vaak kort. Doordat een chemotherapie soms zo aanslaat dat de kanker verschrompelt krijgt de patiënt vaak toch weer hoop op genezing. Dan wordt vergeten dat de arts voor het begin van de therapie zei dat er geen genezing meer mogelijk was. Als dit de patiënt niet voldoende duidelijk is komt de teleurstelling later des te harder aan. En is er kostbare tijd verloren gegaan met het strijden tegen kanker en minder tijd over voor het werkelijke leven met kinderen, partner en familie. Ook de tijd om afscheid te nemen wordt door het koesteren van te veel hoop soms te kort. Terwijl juist in de goede periode na een chemokuur zo veel ondernomen kan worden, dit in tegenstelling tot de geestelijk en lichamelijk veel zwaardere periode wanneer de tumor opnieuw problemen gaat geven.


Chemotherapie wordt het vaakst ingezet om de gevolgen van kanker te verlichten of om de tumor kleiner te laten worden. Het doel van het geven van een chemokuur van enkele weken of enkele maanden is om de tumor in remissie te brengen. In een aantal gevallen (bijvoorbeeld bij kleincellig longcarcinoom) komt een remissie zeer vaak tot stand. In zo'n geval zegt men dat de kuur aanslaat. De tumor is zo geslonken dat er op foto's en scans geen tumor meer te zien is. De tumor is echter niet weg, maar in complete remissie gebracht door de chemokuur. De remissie is het doel van de behandeling. De patiënt ondervindt gedurende de remissie minder problemen van de tumor, en zo kan er een plezierige tijd aanbreken voor patiënt en familie en verzorgers. Een remissie is altijd tijdelijk omdat niet alle tumorcellen werden gedood. Na verloop van tijd groeien de overgebleven kankercellen weer uit tot nieuwe tumoren. Vaak zijn deze nieuwe tumoren minder gevoelig voor de chemotherapie doordat ze resistent worden. De chemotherapie wordt na verloop van tijd vaak minder effectief. Er kan echter nog wel een gedeeltelijke, partiële remissie optreden.


Bijwerkingen chemotherapie

Door de chemotherapie krijgen alle cellen in het lichaam een opdonder. Ook de gezonde cellen. De mate waarin het lichaam last krijgt is afhankelijk van het soort chemokuur. Er kunnen een aantal bijwerkingen optreden tijdens de chemokuur die na de kuur direct weer verdwijnen. Sommige bijwerkingen kunnen pas na de behandeling merkbaar worden en korter of langer aanhouden. Sommige (oudere) patiënten komen na

een behandeling tegen kanker nooit meer helemaal op hun oude niveau terug, bijvoorbeeld omdat ze veel sneller vermoeid raken dan voorheen. Bijwerkingen kunnen echter ook volledig verdwijnen, denk aan Lance Armstrong, de wielrenner die na genezen te zijn van kanker de Tour de France opnieuw gewonnen heeft.

Bijwerkingen: misselijkheid

Iedereen weet hoe beroerd men zich kan voelen als je goed misselijk bent, zeker als dat gevoel ook nog eens lang aanhoudt. Misselijk zijn, braken en kokhalzen put de patiënt uit en geeft een sterk gevoel van malaise. Er zijn goede medicijnen die de misselijkheid tegengaan en die in veel gevallen goed helpen.

Echter, omdat de patiënt zich niet meer zo ziek voelt door de anti-misselijkheid medicatie is in een aantal gevallen de dosis chemomedicijnen verhoogd waardoor er meer problemen kunnen ontstaan met de slijmvliezen van de mond, slokdarm, maag en darmen.

Bijwerkingen: mond en maag-darmkanaal, slijmvliesontsteking

Deze klachten kunnen ontstaan als gevolg van het ontsteken van de slijmvliezen. Men noemt dit ook wel mucositis. Deze ontsteking begint met een geprikkelde binnenkant van de mond en kan zo erg worden dat eten en drinken vrijwel onmogelijk wordt. Mucositis is moeilijk te behandelen wanneer het beenmerg is aangetast en het lichaam de ontsteking of infectie niet goed te lijf kan gaan.

Het vaak kleine beetjes drinken en vaak eten in zeer kleine hoeveelheden helpt om de mond en darm zo weinig mogelijk te irriteren. Het is echter gemakkelijker geschreven dan het voor een patiënt te doen is.

Bijwerkingen: haarverlies

Door de aantasting van de haarzakjes in de huid kan er haarverlies optreden. Dit geldt dan voor al het lichaamshaar, niet alleen voor de haren op het hoofd. Of haarverlies optreedt is afhankelijk van het soort chemokuur. Na verloop van tijd groeit het haar overal weer aan.

Een mogelijkheid om haaruitval sterk te verminderen is het koelen van het hoofd. U kunt de oncoloog altijd vragen of dat in geval van de patiënt tot de mogelijkheden behoort.



Bijwerkingen: verminderde afweer en problemen met het bloed

Door de chemotherapie kan het beenmerg worden aangetast. In het beenmerg worden rode en witte bloedcellen gemaakt. De rode bloedcellen zorgen voor het transport van zuurstof door het lichaam.

Een tekort aan rode bloedcellen kan leiden tot bloedarmoede. Verschijnselen van een tekort aan rode bloedplaatjes kunnen zijn het sneller krijgen van blauwe plekken, hevigere bloedingen tijdens de menstruatie of bloed in de urine of ontlasting.

Een tekort aan witte bloedcellen leidt tot een minder goed werkend afweersysteem. Hierdoor treden er sneller infecties op en is de patiënt gevoeliger voor een aantal ziekten. Bij een te laag aantal witte bloedlichaampjes moet ook vaak de behandeling met chemo tijdelijk of helemaal worden gestopt omdat de patiënt anders teveel risico’s op infecties krijgt.

Bijwerkingen: allerlei problemen in de organen

Er kunnen problemen ontstaan in verschillende organen, dit is afhankelijk van de gebruikte chemokuur en de patiënt. Het is niet gemakkelijk te voorspellen welke patiënt wel en welke patiënt geen last zal krijgen van deze mogelijke bijwerkingen. De problemen zijn zeer divers en kunnen ontstaan in de lever of nieren, het hart of de longen, de ogen of elders.

Bijwerkingen: Neuropathie

Veel chemobehandelingen zoals bijvoorbeeld met vincristine veroorzaken neuropathie. Dat wil zeggen spierzwakte, pijnsensaties en ongevoeligheid aan bijvoorbeeld handen en voeten. Hoe meer vincristine wordt toegediend hoe sterker de neuropathie wordt.

Bijwerkingen: Moeheid

Kankerpatiënten noemen moeheid zeer vaak als bijwerking van de behandeling. Er is niet veel aan te doen. Vaak gaat de vermoeidheid na enige tijd over, soms houdt deze jaren aan. Moeheid is een miskende bijwerking, de gevolgen van het voortdurend moe voelen kunnen zeer ernstig zijn. Moeheid maakt het lijf en leven soms loodzwaar.

Bijwerkingen: menstruatiestoornissen en overgangsklachten

Deze kunnen allemaal optreden door de chemotherapie.

Bijwerkingen: vrouwen en onvruchtbaarheid

Door de chemokuur wordt het genetisch materiaal van de kankercellen aangetast. Ook gezonde cellen, zoals de eicellen, kunnen beschadigd raken. Omdat eicellen zich niet vermenigvuldigen in de eierstok is onvruchtbaarheid bij vrouwen blijvend. Als er en latente kinderwens is kan de patiënte voor de behandeling kiezen voor het laten invriezen van een aantal eicellen zodat deze later kunnen worden gebruikt bij IVF. De onvruchtbaarheid moet door een arts worden vastgesteld, de patiënte merkt hier niets van tijdens de seksbeleving!

Bijwerkingen: mannen en onvruchtbaarheid

Door de chemokuur kan er tijdelijk onvruchtbaarheid optreden. De bedoeling van een chemokuur is het beschadigen van het genetisch materiaal van de kankercel, maar ook gezonde cellen zoals zaadcellen, kunnen worden aangetast. In een aantal gevallen kan de onvruchtbaarheid blijvend zijn. Bij een latente kinderwens is het daarom raadzaam voor de behandeling begint zaadcellen in te laten vriezen. Bij het terugkeren van de vruchtbaarheid weet men (nog) niet of de tijdelijke onvruchtbaarheid gevolgen heeft voor nog te verwekken kinderen. De (tijdelijke) onvruchtbaarheid moet door een arts worden vastgesteld, de patiënt merkt hier niets van tijdens de seksbeleving!

Ontgiften bij chemotherapie

Het is noodzakelijk om de giftige stoffen van de chemo zo snel mogelijk kwijt te raken. De bij chemotherapie gebruikte cytostatica zijn maar kort in het lichaam als tumordodend of tumorremmend middel werkzaam. De afvalstoffen van de cytostatica worden in het lichaam opgeslagen en moeten het lichaam via een natuurlijke weg verlaten. Hoe eerder het lichaam van deze giftige stoffen af is, des te beter. Bij het natuurlijke ontgiftingsproces van het lichaam spelen darmen, nieren, lever, longen en huid een rol.

Het ontgiftingsproces wordt via de darmen ondersteund door vezelrijk te eten. Veel groenten, volkoren brood en zilvervliesrijst. De vezels stimuleren de darmwerking. Door veel water, groene thee en kruidenthee te drinken wordt de werking van de nieren en de lever gestimuleerd. De longen worden gestimuleerd door frisse lucht – lucht de slaapkamer voldoende en indien mogelijk ga wandelen in de vrije natuur. Daarnaast is men er inmiddels achter dat hoe meer men vlak na of tijdens de chemotherapie beweegt, hoe minder last men heeft van de bijwerkingen. De reiniging via de huid wordt gestimuleerd door een warm bad of indien men het kan verdragen een saunabad.
Vaak wordt in ziekenhuizen omdat patiënten geen trek hebben door misselijkheid van de chemo of omdat de smaakpapillen zijn aangetast veel zoet gegeven. Vermijd suikerrijke toetjes, papjes etc. Als het slikken moeilijk gaat of het kauwen kost moeite zijn gevulde groentesoepen of groentesappen een heel goede oplossing. Er zitten vitamines in en het eet of drinkt makkelijk weg. Als door slikproblemen de soep nog te moeilijk gaat, kan de soep nog altijd fijner worden gemaakt met een staafmixer. Aan het soep en sap kunnen omega-3-vetzuren in vloeibare vorm worden toegevoegd. Omega-3-vetzuren hebben een tumorremmende werking en gaan het gewichtsverlies tegen.

Naast methoden die men zelf kan toepassen, bestaan er ook diverse natuurgeneeskundige methoden die speciaal op detoxificatie van het lichaam zijn gericht, zoals het innemen van extra selenium. Selenium bindt namelijk platina (afkomstige van sommige cytostatica) waardoor nierbeschadiging wordt voorkomen.

Chemotherapie en beenmergtransplantatie

Chemomedicijnen zijn giftig voor tumorcellen en voor gewone cellen. Vooral cellen van het beenmerg, waar de zogenaamde stamcellen zorgen voor nieuwe bloedcellen, zijn gevoelig voor chemotherapie. De bloedcellen die door het beenmerg worden gemaakt zijn onmisbaar voor ons afweersysteem. Als om een tumor te bestrijden zo'n hoge dosis chemomedicijnen nodig zijn dat alle gezonde cellen in het beenmerg zullen sterven is dit levensgevaarlijk voor de patiënt. Zonder beenmerg, dus zonder afweersysteem en zonder aanmaak van rode bloedcellen, kun je niet leven. Zodra de behandeling voorbij is zullen weer beenmerg of bloedvormende stamcellen aan de patiënt moeten worden terug gegeven. Dit kan op drie verschillende manieren:

1. Voordat de chemokuur gegeven wordt, worden stamcellen uit het beenmerg afgenomen die later weer worden toegediend. Dit heet een autogene beenmergtransplantatie of autologe beenmergtransplantatie. Deze behandeling wordt meestal toegepast bij tumoren van bloedvormende cellen. Tegenwoordig wordt vaker gebruik gemaakt van de autologe perifere stamcel transplantatie omdat bij deze methode de celaanmaak sneller op gang komt.


2. Een transplantatie met donorbeenmerg kan noodzakelijk zijn bij bepaalde vormen van leukemie. Dit noemt men allogene beenmergtransplantatie. De vreemde donorcellen kunnen, doordat een immunologische reactie wordt opgeroepen, de tumorgroei remmen. Het beenmerg en dus de bloed- en afweervormende cellen van de patiënt worden bij deze behandeling vervangen door die van de donor. Voorafgaand aan de transplantatie wordt eerst een chemobehandeling ingezet, soms ook met bestraling erbij om de eigen stamcellen zoveel mogelijk te doden
3. De autologe perifere stamceltransplantatie wordt verricht wanneer voor de bestrijding van een kanker zeer hoge doseringen chemotherapie nodig zijn om een gunstig effect te krijgen. Een (bij)werking hiervan is dat door deze hoge doseringen dan vaak ook het gehele beenmerg wordt gedood, waardoor geen nieuwe bloedcellen meer kunnen worden gevormd en de patiënt alsnog zou sterven. Daarom worden dan voor de zware kuur stamcellen van het beenmerg verzameld, die dan na de kuur kunnen worden teruggegeven. Normaal komen er weinig stamcellen voor in het bloed, alleen in het beenmerg, maar door een bepaalde chemokuur en of een groeifactor komen deze uit het beenmerg vrij in het bloed. Deze stamcellen kunnen dan uit het bloed worden gezeefd en ingevroren. Daarna wordt een zeer hoge dosis chemotherapie gegeven waardoor het beenmerg geheel leeg wordt. De stamcellen worden dan weer teruggegeven aan de patiënt. Dit noemt men APST, autologe perifere stamceltransplantatie. Het is een zeer ingrijpende behandeling voor patiënten, vooral voor die patiënten die al een lange behandelgeschiedenis achter de rug hebben. Deze behandeling wordt toegepast bij tumoren van de bloedvormende cellen, vooral leukemieën en lymfomen. Maar ook bij sommige borstkankerpatiënten, sommige longkankerpatiënten en bij een bepaalde vorm van eierstok- en testiskanker kan deze behandeling heilzaam zijn. De nadelige gevolgen van de behandeling zijn echter bij veel patiënten nog lang merkbaar. Tegenwoordig (2001) overlijdt ongeveer 1% van de patiënten aan de bijwerkingen van deze behandeling.
© 2007 - 2010 STICHTING NATIONAAL FONDS TEGEN KANKER