print mail
Leverkanker
De lever is een belangrijk orgaan in het menselijk lichaam met diverse functies. Niet alleen ontvangt de lever al het bloed vanuit de darmen via het poortadersysteem en heeft hierdoor een belangrijke rol bij het verwerken, bewerken en opslaan van voedingsstoffen uit de darm. Maar de lever maakt ook de gal die helpt bij de spijsvertering. En de lever speelt een belangrijke rol bij de opslag van suiker (als glycogeen), ontgifting van spijsverteringsproducten en aanmaak van allerlei stofwisselingsproducten zoals eiwitten en stollingsfactoren. Het orgaan bevindt zich rechts bovenin de buik, onder het middenrif en scheidt via de galblaas de gal uit in de twaalfvingerige darm (duodenum).  

Tumoren van de lever

 

Hepatocellulair carcinoom

Maligne tumoren van de lever kunnen worden onderscheiden in primaire tumoren en secundaire tumoren. De meest voorkomende primaire levertumor is het hepatocellulair carcinoom. In onze streken is dat redelijk zeldzaam, maar in de Azië en Afrika komt deze zeer frequent voor. Secundaire tumoren van de lever komen in Nederland veel vaker voor en zijn dan altijd uitzaaiingen (metastases). Na regionale lymfeklieren is de lever het orgaan waar het frequentst metastases optreden, vaak afkomstig van een primaire tumor in de dikke darm, maar ook van maag, alvleesklier, borsten en longen.  Het hepatocellulair carcinoom (HCC) is dus redelijk zeldzaam in de Westerse wereld, met een incidentie van 1-3 per 100.000 inwoners per jaar. De tumor wordt het frequentst aangetroffen bij mannen, tussen de 50 en 60 jaar. In Nederland is de incidentie 1,7 per 100.000 inwoners per jaar bij mannen, bij vrouwen 0,5. Risicofactoren zijn leverontstekingen zoals hepatitis B en hepatitis C en levercirrose. Deze laatste wordt veelal veroorzaakt door alcoholmisbruik en door een aantal vrij zeldzame stofwisselingsziekten, zoals alfa1-antitrypsinedeficiëntie, hemochromatose en de ziekte van Wilson, een koperstofwisselingsprobleem door een enzymgebrek. Ook bepaalde gifstoffen uit het voedsel kunnen een primair levercarcinoom doen ontstaan, zoals aflatoxine, een toxine uit schimmels die o.a. op pinda’s kunnen groeien.

Symptomen

 

Diagnostiek

De lever is een groot orgaan met een gewicht van zo’n 1400 gram en tumoren geven daarom aanvankelijk slechts weinig klachten. Bij toenemen van de grootte van de tumor ontstaan soms pijnklachten en een vol gevoel in de buik. In een later stadium staan symptomen als ascites (vocht in de buikholte) en dyspneu (kortademigheid) op de voorgrond. Op den duur ontstaan vaak oesophagusvaricesbloedingen (bloedingen uit verwijde aderen die tussen het poortadergebied (dat de bloedafvoer van de darm naar de lever verzorgt) en de aderen van de slokdarm (die zonder tussenstation naar het hart voeren). Ook bloedingen in de buikholte, trombose van de poortader en geelzucht zijn mogelijk.  Bij mensen met een chronische hepatitis (leverontsteking) zijn lichamelijk onderzoek, echografie en het bepalen van de stof alfa1-foetoproteïne een rol. Dit is in het bloed aantoonbaar en bij 60% van de hepatocellulaire carcinomen verhoogd. Daarnaast kunnen een CT-scan en/of een MRI-scan bijdragen tot de preciese bepaling van de grootte en uitbreiding van een tumor en vaak wordt een dunnenaaldbiopsie verricht, soms ook om te onderscheiden tussen een primaire levertumor of een uitzaaiing van een tot dan toe niet gevonden primaire (darm)tumor. Frequent wordt ook laparoscopie verricht (kijken in de buik naar lever en darmen) om te bepalen of er (verder) geen uitzaaiingen zijn. Regelmatig leidt dit onderzoek tot bevindingen die niet op een andere manier konden worden vastgesteld en die het plan van aanpak veranderen.

Behandeling

  
De enige behandeling die in opzet genezend is (curatief) is gedeeltelijke verwijdering van de lever. Of totale verwijdering, met daarna levertransplantatie. Gedeeltelijke verwijdering (partiële leverresectie) is niet zonder risico’s want 5-10% van de mensen overlijdt hier vroeger of later aan. Soms is verwijdering zelfs onmogelijk, omdat de resterende leverfunctie na operatie te gering wordt, vooral bij vooraf bestaande levercirrose.
Wanneer geen genezende behandeling mogelijk is, zijn diverse plaatselijke behandelmethoden beschikbaar: injecties door de huid heen met ethanol, cryoablatie (verwijdering door bevriezing) of radiofrequente thermoablatie (doen afsterven door hitte met behulp van radiogolven). Voor behandeling met radioembolisatie en meer informatie, kijk ook op: www.radioembolisatie.nl/wie.html

 Recent zijn ook goede resultaten geboekt met transarteriële chemo-embolisatie (TACE) waarbij de bloedvoorziening van de tumor via (een tak van) de leverslagader wordt verstopt met lipiodol en een chemotherapeuticum wordt toegevoegd (waardoor een vele hogere concentratie in de tumor bereikt kan worden). Hierna wordt de aanvoerende slagader afgesloten, zodat het gebied niet meer schoongespoeld kan worden en ook zuurstofgebrek meehelpt bij het laten afsterven van de tumorcellen.

Resulaten

 

Secundaire levertumoren

De prognose op lange termijn na verwijdering van een hepatocellulair carcinoom is het beste wanneer de diameter van de tumor kleiner is dan 5 cm, wanneer er sprake is van een afzonderlijke tumor in plaats van meerdere, wanneer er een kapsel om de tumor zit en wanneer er geen ingroei in de grotere levervaten heeft plaatsgevonden. De vijfjaarsoverleving wisselt erg in de diverse onderzoeken, maar de mediane overleving bedraagt ca. 30%. Ook na totale leverresectie met daarna transplantatie wordt dit percentage ongeveer bereikt.  Metastasen (uitzaaiingen) zijn de meest voorkomende maligne levertumoren, in ongeveer de helft van de gevallen afkomstig van een primaire dikkedarmtumor. Deze komt veel voor in Nederland met 9000 nieuwe patiënten per jaar en ongeveer de helft hiervan ontwikkelt te eniger tijd levermetastasen. Slechts bij een minderheid van de mensen zijn deze curatief behandelbaar.
Ook secundaire levertumoren geven vaak pas laat symptomen, maar worden vaker gevonden omdat er op grond van de primaire tumor naar gezocht wordt, via echografie, CT-scan, MRI-scan en bepaling van het CEA, een tumormerkstof in het bloed die bij veel dikkedarmtumoren verhoogd is.
De behandeling van secundaire levertumoren verschilt niet wezenlijk van die van primaire levertumoren maar TACE wordt in Nederland nog niet toegepast bij secundaire levertumoren.
De resultaten van behandeling liggen in de zelfde orde van grootte als bij het primair levercarcinoom (HCC), mediane vijfjaarsoverleving zo’n 30%. Bij geselecteerde patiënten met experimentele combinaties van chemotherapie zijn hogere percentages bereikt.

Aanvullende behandeling

  
Als ondersteuning van of aanvulling op de reguliere behandeling van de specialisten in het ziekenhuis, kunnen mensen met kanker ook zelf wat doen, namelijk gaan eten volgens de voedingsadviezen van de niet-toxische tumortherapie.  Daarnaast is het ook mogelijk om behalve echt gezonde voeding ook extra voedingssupplementen, vitamines en mineralen te gaan gebruiken. Dit heet orthomoleculaire geneeskunde. Ga niet zelf hobby-en, maar zoek hiervoor een arts met ervaring op dit gebied.
 Met goede voeding en extra voedingssupplementen blijken veel mensen een hogere kwaliteit van leven te krijgen, in diverse gevallen ook langer te leven en in een enkel geval zelfs te genezen. Hoewel er tot nu toe nog weinig statistische bewijzen zijn voor zo’n behandeling, lopen er in Nederland diverse mensen rond die ervan overtuigd zijn dat zij hun leven aan deze behandeling te danken hebben.
© 2007 - 2010 STICHTING NATIONAAL FONDS TEGEN KANKER