| Een aantal organen staan tijdens hun groei onder invloed van hormonen. Tumoren die uitgaan van cellen van deze organen zijn daarom soms ook gevoelig voor hormonen. Het betreft onder andere sommige vormen van borstkanker, baarmoederkanker en prostaatkanker. Niet alleen de moedertumor maar ook eventuele uitzaaiingen zijn dan gevoelig voor deze hormonen. Een uitzaaiing van een borstkanker die gevonden wordt in de long is dus geen longkanker. Dat is een borstkankertumor die in de long zit en die daarom net zo gevoelig zal zijn voor de hormoonbehandeling als de moedertumor die in de borst zelf ontstaan is. | Als de tumor hormoongevoelig is kan de groei tijdelijk geremd of zelfs tijdelijk gestopt worden door het hormoon dat de tumor nodig heeft om te groeien niet meer door het lichaam te laten produceren of de hormoonproductie te remmen. Bijvoorbeeld de eierstokken verwijderen omdat die oestrogenen produceren. De hormonale therapie kan ook geschieden door middel van medicijnen. De hormoonbehandeling wordt het vaakst ingezet bij vrouwen met borstkanker. Door het gebruik van bijvoorbeeld tamoxifen, anastrozol of letrozol kan de tumorgroei soms voor jaren gestopt worden. Hormoonbehandelingen hebben een aantal vrij goed voorspelbare bijwerkingen. Zoals borstontwikkeling bij prostaatkankerpatiënten en overgangsklachten bij vrouwelijke kankerpatiënten. Belangrijke later optredende bijwerkingen komen niet zeer vaak voor. Er is wel verband aangetoond tussen een kleine verhoogde kans op baarmoederkanker, na langdurig tamoxifen gebruik. |


