Slokdarmkanker
De ziekte | ||
| De slokdarm loopt van de keel achter het borstbeen langs naar de maag. De slokdarm, oesofagus in medisch jargon, heeft sterke spieren om het voedsel naar de maag te transporteren. De toegang tot de maag is zo gemaakt, dat voedsel alleen naar binnen kan, om te voorkomen dat het bijtende maagzuur in de slokdarm loopt. Toch blijkt dit mechanisme niet altijd goed te werken, en de kans hierop is vermoedelijk verhoogd bij overgewicht. Tegenwoordig gebruiken een heleboel mensen medicijnen om hun klachten van ‘brandend maagzuur’ te verhelpen. Deze medicijnen kunnen het effect van het terugvloeien van maagzuur (reflux) verminderen, zodat minder schade aan het onderste deel van de slokdarm plaatsvindt. Maar zij kunnen door het verminderen van de symptomen ook de beschadiging van de slokdarm in stand houden. Een gevolg hiervan is het ontstaan van maagslijmvlies in het onderste deel van de slokdarm. Dit heet een Barret-oesofagus. En het bestaan van een Barret-oesofagus kan weer de kans op een slokdarmkanker aanzienlijk verhogen. | Slokdarmkanker is een ernstige ziekte die meestal dodelijk is. Een tumor in de slokdarm is meestal een plaveiselcelcarcinoom, maar de laatste decennia komen adenocarcinomen (kliercelkankers) steeds vaker voor. De tumor begint in het slijmvlies en groeit in de wand van de slokdarm naar alle kanten. Ook groeit de tumor de slokdarm in, waardoor op den duur problemen met het voedseltransport ontstaan. De kanker groeit vaak door naar de luchtpijp en de bloedvaten rond het hart. Uitzaaiingen komen het meest voor in de longen, de lever en de botten. Slokdarmkanker wordt in het algemeen pas (te) laat ontdekt, omdat de tumor heel lang onmerkbaar kan groeien, soms wel jaren lang. Zijn er uitzaaiingen in de lymfeklieren, dan is genezing niet meer mogelijk. | |
Verschijnselen | Oorzaken | |
| De eerste klachten van een tumor in de slokdarm zijn slikklachten en het gevoel dat het voedsel niet wil zakken. Eerst treedt dit bij vast voedsel op, later ook bij vloeibaar voedsel. Daarnaast kan de maaltijd gestoord worden door hoesten en hik. Wanneer uit het kapotte slijmvlies bloed wegvloeit, treden verschijnselen van bloedarmoede op, zoals duizeligheid, slapte en vermoeidheid. Helaas wordt slokdarmkanker vaak pas in een verder gevorderd stadium ontdekt omdat men van de eerste tumorgroei niets merkt. Dikwijls treden pas klachten op als de tumor zo groot is dat hij hinder gaat geven. | Roken en drinken, vooral in combinatie, verhogen de kans op het krijgen van slokdarmkanker. Groente en fruit daarentegen verlagen het risico. Ook vitaminegebrek, vooral van vitamine A, B, C en D kunnen een negatieve invloed hebben. Wanneer de toegang naar de maag niet goed afsluit en het slijmvlies door maagsappen geïrriteerd raakt (reflux-oesofagitis) , kan hier een tumor ontstaan, veelal dus op basis van maagslijmvlies in de slokdarm, een Barret-oesofagus. Voor sommige mensen is alcohol extra slecht, zij missen een enzym dat betrokken is bij de afbraak van alcohol. Deze mensen onderscheiden zich doordat zij na een glas alcohol vaak blozen. Dit komt vooral voor bij mensen uit Azië. De kans op slokdarmkanker is bij dit enzymgebrek diverse malen verhoogd. | |
Diagnostiek | Behandeling | |
| Omdat het begint met slik- en eetklachten, zal vaak eerst bekeken worden of er gevaar dreigt voor een volledige afsluiting van de slokdarm en pas daarna wat hiervan de oorzaak is. Daarvoor kan een endoscopie gedaan worden, een kijkonderzoek, in dit geval dus een oesofagoscopie met een gastroscopie, vaak in combinatie met een echo-onderzoek van de slokdarmwand, of een röntgenonderzoek. Vervolgens moet een punctie uitwijzen of van kwaadaardigheid sprake is. Om te zien of een operatie zin heeft, wordt met röntgenfotografie de uitbreiding onderzocht. Een CT-scan wordt vaak gemaakt om de uitbreiding van de tumor en de aanwezigheid van kanker in de lymfeklieren vast te stellen. | Als dat kan en zinvol is, zal de slokdarm operatief verwijderd worden, bij voorkeur samen met de regionale lymfeklieren. Hiervoor wordt een opening gemaakt in de borstkas, een thoracotomie. Vervolgens wordt een nieuwe verbinding aangelegd. Dat kan door van de maag een lange buis te maken die van de keel tot aan de twaalfvingerige darm loopt. Een andere mogelijkheid is een stuk uit de dikke darm te nemen en dit als verbindingsstuk tussen keel en maag te gebruiken. Dit zijn allebei zeer zware operaties. Aanvullend kan bestraald worden om de kans op nieuwe tumoren te verkleinen. Is opereren niet meer zinvol, dan wordt bestraald om de zwelling te verkleinen en daarmee de klachten te verminderen. Ook chemotherapie, eventueel in combinatie met bestraling, kan verlichting brengen. Soms wordt deze behandeling toegepast om een operatie alsnog mogelijk te maken. Om afsluiting van de slokdarm te voorkomen, kan een buisje in de darm worden ingebracht, of kan de slokdarm ter plaatste worden opgerekt. Tegenwoordig wordt hiervoor ook regelmatig brachytherapie (inwendige bestraling) toegepast | |
Aanvullende behandeling | Resultaten | |
| Als ondersteuning van of aanvulling op de reguliere behandeling van de specialisten in het ziekenhuis, kunnen mensen met kanker ook zelf wat doen, namelijk gaan eten volgens de voedingsadviezen van de niet-toxische tumortherapie. Hierbij dient opgemerkt dat veel patiënten met slokdarmkanker veel hinder hebben met slikken en voor hen is dan een aanvullende therapie moeilijk te volgen. Naast goede voeding te gebruiken is het ook mogelijk om extra voedingssupplementen, vitamines en mineralen te gaan gebruiken. Dit heet orthomoleculaire geneeskunde. Ga niet zelf hobby-en, maar zoek hiervoor een arts met ervaring op dit gebied. Met goede voeding en extra voedingssupplementen blijken veel mensen een hogere kwaliteit van leven te krijgen, in diverse gevallen ook langer te leven en in een enkel geval zelfs te genezen. Hoewel er tot nu toe nog weinig statistische bewijzen zijn voor zo’n behandeling, lopen er in Nederland diverse mensen rond die ervan overtuigd zijn dat zij hun leven aan deze behandeling te danken hebben. | Van alle personen met slokdarmkanker is nog niet de helft operabel en daarvan wordt weer bij minder dan de helft (tijdelijke) genezing bereikt. Met andere woorden, de overlevingskansen zijn zeer slecht. De gemiddelde vijfjaars overleving bij slokdarmkanker is 13%, maar hangt vooral van het stadium af. Toch zijn de resultaten de laatste jaren wel wat verbeterd, onder andere door het vaak uitvoeren van de operatie in gespecialiseerde centra. |


