print mail
Enzymtherapie
In de enzymtherapie wordt gebruik gemaakt van enzymen, eiwitachtige stoffen die biochemische reacties kunnen richten en versnellen, zonder daarbij zelf te veranderen. Meestal werkt een enzym maar op een specifieke stof, die dan omgezet wordt in een andere. Met een moeilijk woord heet dit dat het enzym substraatspecifiek is. Het werkt als een sleutel-slotprincipe. Als de sleutel niet precies past, gaat het slot niet open.

In de zeventiger jaren was er veel belangstelling voor enzymtherapie en diverse preparaten zijn ontwikkeld. De bekendste daarvan is mogelijk Vasolastine, dat echter niet zo’n spectaculair effect had op de vernauwde hart- en bloedvaten. Toch werd de enzymtherapie nog steeds toegepast in Nederland, zoals bijvoorbeeld een mengsel van diverse eiwitsplitsende

enzymen (Wobenzym) dat tegen diverse ontstekingen zou werken. Er bestaat ook een enzymcombinatie die het immuunsysteem zou versterken, Wobe-Mucos. Bij dierproeven heeft dit middel een duidelijk palliatief effect. Momenteel worden er diverse klinische onderzoeken mee uitgevoerd.


Enzymen kunnen op diverse wijzen worden toegediend: via de mond, via zetpillen, maar ook intraveneus (via de aderen) of direct in de tumor. Enzymtherapie dient net als immuuntherapie als een ondersteunende behandeling bij kanker te worden gezien, die aanvullend kan werken op chirurgie, chemo en bestraling.
© 2007 - 2010 STICHTING NATIONAAL FONDS TEGEN KANKER